Frankfurter Allgemeine Zeitung | Frankfurt

Waarom zijn we eigenlijk zo gevoelig voor kietelen? Die vraag stelt de knapste koppen al duizenden jaren voor raadsels. Twee Duitse onderzoekers lijken door tests met ratten het begin van het antwoord te hebben gevonden.

Als laboratoriumrat van de Humboldt-Universiteit in Berlijn heb je een heleboel lol. Dat suggereert althans een video die twee daar werkzame neurobiologen onlangs op YouTube hebben gezet. Daarin is te zien hoe ratten gekieteld worden en daarbij van plezier piepen en in de lucht springen. Grappig. Maar het is veel meer dan dat: een tweeduizend jaar oud geheim.

Aristoteles piekerde al over de zin en onzin van het kietelen. Ook andere grote denkers hebben zich er later het hoofd over gebroken. Want hoe triviaal het fenomeen op zich ook is, het werpt een paar allesbehalve triviale vragen op.

In vakjargon wordt kietelen sinds 1897 met twee indrukwekkende namen aangeduid: knismesis (van het Griekse knizein voor ‘krabben, prikkelen’) en gargalesis (van gargalizein: ‘kietelen’). Met het eerste wordt het lichte kriebelen op de huid bedoeld, als die slechts zachtjes wordt aangeraakt. Deze vorm van kietelen is in het dierenrijk wijd verbreid. Elke hond die een vlo op zich voelt scharrelen, kent het. Vermoedelijk is dat ook precies de zin van van knismesis: de reactie op de lichtste beroeringen moet helpen het lichaam te beschermen tegen vreemde invloeden.

Het rattenkietelexperiment.