Die Zeit | Hamburg

Nog nooit hadden we zo veel tijd, en toch voelen we ons gehaaster dan ooit. Hoe kan dat? Weekblad Die Zeit vroeg het aan Karlheinz Geißler (72), Duitslands bekendste tijdonderzoeker.

Meneer Geißler, hoeveel tijd hebben we voor dit gesprek?

Genoeg. Ik maak nooit meer dan één afspraak per dag. Sowieso maak ik niet graag afspraken.

We hebben een enerverend jaar achter de rug: Trump, Brexit, het zika-virus, de staatsgreep in Turkije, de strijd om Aleppo, aanslagen in Orlando, Brussel, Nice, München, Berlijn. Is het mogelijk dat alles steeds sneller gaat, dat de tijd harder loopt?

‘Nee, het tempo van de tijd verandert niet. De tijd is altijd gelijk. Alleen wij mensen stoppen er steeds meer in. Een paar jaar geleden was je voor nieuws aangewezen op radio en tv. Tegenwoordig worden we via onze smartphones – via Whatsapp, Facebook, Twitter – voortdurend door nieuwe feiten overspoeld. De informatiedichtheid wordt steeds groter – en dat verdicht onze tijd.’

De moderne mens is een gejaagd wezen. Hij is constant druk, checkt e-mails wanneer hij in de bus zit, telefoneert op de fiets en werkt met deadlines. Bij enquêtes naar goede voornemens voor het nieuwe jaar scoort ‘meer tijd besteden aan familie en vrienden’ steevast hoog. Maar hoe kan het dat we veel meer tijd willen, hoewel we er al steeds meer van hebben? In Duitsland is de levensverwachting de afgelopen 130 jaar verdubbeld. Tegelijkertijd is de arbeidsduur afgenomen: tot minder dan 38 in de cao vastgelegde uren per week. Honderd jaar geleden waren dat er nog 57. Ook de reistijd wordt korter: de treinen rijden sneller dan vroeger, vliegen is normaal geworden.