Financial Times | Londen

Ondernemers die in een achterkamertje prijsafspraken maken kun je aanpakken. Maar wat als ze algoritmes gebruiken zoals David Topkins, die de markt voor filmposters manipuleerde?

David Topkins is geen Rockefeller. Maar net als de befaamde monopolist rakelt deze onbekende onlinehandelaar fundamentele vragen op over mededinging, ditmaal in het digitale tijdperk. In de eerste antitrust-rechtszaak in zijn soort heeft Topkins in 2015 schuld bekend aan het maken van prijsafspraken voor klassieke filmposters die via Amazon werden aangeboden. De misdaad lijkt niet zo bijzonder, maar Topkins’ methode was revolutionair: de handelaar heeft toegegeven dat hij de markt manipuleerde met speciale algoritmes die de prijzen hoog hielden. Met instemming van zijn concurrenten liet hij het algoritme ervoor zorgen dat de filmposters werden aangeboden tegen wat de aanklager ‘frauduleuze, niet-concurrerende prijzen’ noemt.

Terwijl Topkins nog op de uitspraak van de rechter wacht, beginnen de consequenties van dit soort krachtige onlinetools stilaan door te dringen tot de Amerikaanse toezichthouders en hun Europese collega’s. Topkins’ fraude met posterprijzen lijkt kinderspel vergeleken met het machtige oliekartel van Rockefeller, die eind negentiende eeuw 90 procent van de markt in handen had en daardoor de aanzet gaf tot de eerste Amerikaanse mededingingswet (1890). Maar omdat in dit proces nieuwe technologische vormen van marktverstoring centraal staan, is het wel een mijlpaal in de digitale economie.

Niet toereikend

‘We tolereren geen enkele vorm van prijsafspraken, of die nu in een rokerig achterkamertje worden gemaakt of online, met behulp van complexe prijsalgoritmes,’ zei staatssecretaris van Justitie William Baer bij de bekendmaking van de aanklacht tegen Topkins. Maar volgens deskundigen is de bestaande mededingingswetgeving, die vooral is gericht op de daden en bedoelingen van mensen, misschien niet toereikend om bedrijven ook in het digitale tijdperk van marktafspraken te weerhouden.

Markten die worden gedomineerd door geautomatiseerde prijsmechanismen reageren niet op dezelfde prikkels 
en volgens dezelfde wetmatigheden als markten waarin mensen de dienst uitmaken. En de belofte van grotere keuze en lagere prijzen die de digitale economie ons steeds voorspiegelt, kan zo weleens in rook opgaan. De opkomst van kunstmatige intelligentie en krachtige algoritmes kan juist leiden tot duurzame kartels die de prijs kunstmatig hoog houden ten koste van de consument, zonder dat traditionele regelgeving daar iets aan kan doen.

‘Door netwerkeffecten [effecten die ervoor zorgen dat producten of diensten meer waarde krijgen naarmate ze meer gebruikers hebben] staat er in de data-economie veel meer op het spel,’ zegt Maurice Stucke, een voormalig medewerker van justitie die nu mededingingsrecht doceert aan de Universiteit van Tennessee. ‘Mededinging zoals wij die kennen gaat veranderen.’ De meeste waakhonden zien dit nog als een probleem van de toekomst. Maar als de systemen die de prijs bepalen nog veel autonomer worden, hoeven monopolisten in spe zoals Topkins voor het maken van prijsafspraken niet eens meer met hun concurrenten te overleggen. Dan zijn het de computers die in hun plaats samenspannen, doordat ze allemaal hetzelfde algoritme gebruiken of leren van hun interactie met andere computers – zonder daarbij een spoor van belastende e-mails of voicemailberichten achter te laten.

‘Verhinderen dat zelflerende algoritmes met elkaar samenspannen is misschien wel een van de grootste uitdagingen waarvoor mededingingswaakhonden ooit hebben gestaan’, staat te lezen in een recent rapport van de OESO, een club van vooral rijke landen.