Los Angeles Times  | Los Angeles  

In de tijd voorafgaand aan de Franse Revolutie werkten schrijvers van schotschriften, de libelles, vaak vanuit het buitenland aan de ondergang van de monarchie. Iets dergelijks lijkt zich te voltrekken in het Amerika van de ‘alternatieve feiten’.

We leven in een post-feitentijdperk. Dat wordt weerspiegeld, en nog verergerd, door de grenzeloze onverschilligheid waarmee president Donald Trump met verifieerbare beweringen omspringt – en zelfs met wat hij eerder publiekelijk heeft gezegd. Het enorme en complexe netwerk van ‘nieuws’-sites die dubieuze beweringen de wereld in sturen, die op hun beurt weer verspreid worden door sociale media, speelt een even belangrijke rol. Volgens een recente studie ontlenen bijna een op de twee Amerikanen hun nieuws aan Facebook – het medium waarop tijdens de campagne talloze valse feiten en leugens circuleerden.

Dit fenomeen is ‘nieuw’ in die zin dat het erger is dan een paar jaar geleden, maar de wortels gaan ver terug, tot in het achttiende-eeuwse Frankrijk. Het tijdperk van de Verlichting, beroemd om de rede en empirisch onderzoek, was ook de bakermat van de post-feiten en post-waarheden waar we nu mee worden geconfronteerd. Voor het Frankrijk van het ancien régime waren de consequenties revolutionair. Dat kunnen ze voor ons ook worden.

In een serie invloedrijke boeken bracht historicus Robert Darnton de wereld van de Parijse broodschrijvers opnieuw tot leven. Het was een wereld van krabbelaars die, omdat ze geminacht werden door de maatschappelijke en politieke instituties van het achttiende-eeuwse Parijs, hun leven wijdden aan de ondermijning ervan. Ze leenden Voltaires beroemde oproep ‘écrasez l’infâme’ en draaiden die om. In plaats van ‘de schandelijke dingen te vertrappen’, verspreidden ze die juist.

Schandaalblaadjes

Het favoriete wapen van deze desperado’s was de libelle. In zo’n schotschrift vol insinuaties en leugens werden ministers en adviseurs van de koning afgeschilderd als incompetente clowns en seksverslaafde graaiers. Door geruchten als waarheid te presenteren wakkerden de schandaalblaadjes de onrust en woede van een toenemend aantal sociaal ontevreden Parijzenaars aan.

Lezers wisten niet, of wilden niet weten, dat de schotschriften weinig met de realiteit van doen hadden. Over een aantal apocriefe brieven die geschreven waren door de maîtresse van koning Lodewijk XV, Madame du Barry, merkte een lezer op dat ze ‘des te meer waarheid bevatten omdat ze verzonnen waren’.

Net zoals het nepnieuws tijdens onze laatste presidentsverkiezingen dikwijls afkomstig was uit Russische of Macedonische bronnen [zie pagina 17], zo werden de achttiende-eeuwse schotschriften vaak verspreid door Franse émigrés in het buitenland. Franse afgezanten aan het Engelse hof protesteerden tevergeefs tegen de straffeloosheid waarmee schotschrijvers zoals Charles Théveneau de Morande vanuit het veilige Londen lasterlijke verslagen de wereld in stuurden. (Het parlement verzette zich tegen de pogingen van de kroon om Morande en anderen het zwijgen op te leggen. Het beriep zich op de persvrijheid en genoot van de chaos die de pamfletten aan de andere kant van het Kanaal veroorzaakten.)

Volgens Darnton belasterden schotschriften ‘alles wat verheven en fatsoenlijk was, de monarchie zelf incluis, met een grofheid die vandaag de dag moeilijk denkbaar is’. Maar dat schreef Darnton ongeveer veertig jaar geleden. Morandes grofheid lijkt nogal tam in een wereld waarin een pizzeria in Washington het hoofdkwartier zou zijn van een kinderslavensyndicaat geleid door een doortrapte Hillary Clinton.