The Washington Post | Washington D.C.

De term nepnieuws bestaat pas kort, maar heeft nu al zijn betekenis verloren. Weg ermee, vindt Margaret Sullivan.

Om zich af te zetten tegen een tv-interviewer die zei dat Obamacare toch ook goede kanten heeft, greep de Republikeinse ex-senator en Tea Party’er Jim DeMint naar een makkelijke sneer: ‘Dat valt allemaal in de categorie nepnieuws.’

Om het CNN-bericht te ontkrachten dat Ivanka Trump haar intrek nam in de kantoren in de East Wing van het Witte Huis, die traditioneel het domein van de first lady zijn, gebruikte radiopresentator en complotdenker Alex Jones dezelfde term. En om de belangrijkste Witte Huis-correspondent van ABC, Jonathan Karl, af te serveren koos een aartsconservatieve website het voor de hand liggende ‘nepnieuwsbrenger’.

‘Nepnieuws’ heeft wel degelijk een eigen betekenis: opzettelijk bedachte leugens in de vorm van nieuwsartikelen, bedoeld om het publiek te misleiden. Bijvoorbeeld: het onjuiste verhaal dat paus Franciscus zijn steun voor Donald Trump had uitgesproken, of het ongegronde bericht dat Hillary Clinton vlak voor de verkiezingen aangeklaagd zou worden.

Maar al bestaat de term nog niet zo lang, hij heeft zijn betekenis nu al verloren. Sneller dan je ‘pizzagate’ kunt uitspreken heeft hij allerlei totaal verschillende betekenissen gekregen: liberale prietpraat. Linkse ideeën. Of gewoon alles uit de wereld van het nieuws dat de toehoorder niet wil horen.

Noem een leugen gewoon een leugen. Noem een broodje aap een broodje aap. Noem een complottheorie bij zijn naam