Pressian  | Seoul

De massale volkswoede die Zuid-Korea al maanden in zijn greep houdt, draait om meer dan president Park Geun-hye alleen. Dertig jaar nadat de democratie in het land werd ingevoerd, maken aristocraten er als vanouds de dienst uit.

De massale demonstraties die sinds november 2016 in Zuid-Korea worden gehouden, hebben als belangrijkste doel de president af te zetten. Er doen mensen aan mee van alle politieke overtuigingen; lang niet altijd denken zij hetzelfde over zaken als het minimumloon, het chronisch tekort aan banen of de stationering in het land van Amerikaanse thaad-antiraketsystemen [aangekondigd voor juli 2017].

Logisch gezien zou er aan deze demonstraties een einde moeten komen zodra het Constitutioneel Hof de afzetting van president Park Geun-hye [waar het parlement op 9 december toe besloot] bevestigt.

Toch moet het volk de pleinen na deze eerste overwinning niet verlaten. Wordt deze beweging niet voortgezet, dan zal op den duur toch onvermijdelijk een nederlaag volgen. Er zijn miljoenen mensen naar de demonstraties gekomen, wat zich alleen laat verklaren vanuit een breed gedeelde overtuiging dat het land in crisis is. De angst is groot onder de bevolking dat de democratische republiek, voortgekomen uit de strijd van juni 1987, in gevaar is en in een oligarchie met erfopvolging zal veranderen. Natuurlijk zijn we nog lang niet terug bij de dictaturen van Park Chung-hee [1963-1979, vader van de huidige president] of Chun Doo-hwan [1980-1988], maar alle betogers delen een verontwaardiging over het feit dat het land door slechts enkele families wordt geregeerd.

Kliek

Neem het geval van Choi Soon-sil, door de internationale pers ook wel schertsend een ‘vrouwelijke Raspoetin’ genoemd. Zonder ooit aan verkiezingen deel te nemen heeft zij veel macht naar zich toe kunnen trekken. Hoe meer kiezers haar marionet Park Geun-hye steunen, des te machtiger Choi Soon-sil wordt. Zonder dat de burgers er iets van merkten, is artikel 1, lid 2 van de grondwet (‘de nationale soevereiniteit komt het volk toe en alle macht komt van het volk’) hiermee aanzienlijk aangetast. Het fundamentele principe van een democratische republiek is met voeten getreden.

Mevrouw Choi dankt haar macht aan haar familie, met name aan haar vader Choi Tae-min [die Park Geun-hye goed kende]. Ook haar dochter Chung Yoo-ra, zus Sun-deuk en nichtje Jang Si-ho [allen meegesleept in het huidige politieke schandaal] maken deel uit van deze kliek. Het is net een aristocratische familiestamboom uit een of andere slechte televisieserie, al begon hun geschiedenis met een kleine sekte [begonnen door Choi Tae-min in de jaren zeventig; Zuid-Korea werd toen geregeerd door de families van Park en Choi, die innig met elkaar verbonden waren].

Toen bekend werd welke privileges Chois dochter Chung Yoo-ra had genoten, waren de betogers verontwaardigder dan ooit. Het geval laat goed zien hoe de macht van deze families precies werkt. Universiteiten, bedrijven, politieke partijen, publieke instanties, de pers: allemaal werden ze geacht deze jonge vrouw te bevoordelen. Mevrouw Choi en haar dochter bewogen zich door Europa als leden van de nieuwe Koreaanse aristocratie van het mondiale tijdperk. Chung Yoo-ra liet zich er op sociale netwerken op voorstaan machtige ouders te hebben. De macht die zij geërfd heeft is wat haar betreft geen privilege, maar een bewijs van haar superioriteit. De meritocratie waar de republiek altijd zo trots op was, is verworden tot aristocratie.