D (La Repubblica delle Donne) | Milaan

In de laboratoria van CERN bij Genève doen zestienduizend jonge wetenschappers uit de hele wereld onderzoek naar de mysteries van het heelal. D, het weekblad van de Italiaanse krant La Repubblica, ging er op reportage.

Francesca Dordei (29) raakte bevlogen tijdens een sterrennacht met de padvinders. ‘De big bang, zwarte gaten, sterren die ontstaan en uitdoven. Ik had een heleboel vragen over het heelal.’ Edward Bossini daarentegen was gek op Lego Technic. ‘Ik deed niets anders dan het in elkaar zetten, uit elkaar halen en opnieuw in elkaar zetten, samen met mijn vader. Van elektrische circuits tot de beweging van de planeten: ik wilde weten hoe de wereld in elkaar stak. En dat wordt door de natuurkunde op een simpele en elegante manier uitgelegd.’

Beiden zijn op de juiste plek terechtgekomen: de laboratoria van CERN, de campus vlak bij Genève, op de grens van Zwitserland en Frankrijk, waar ze zich met niets anders bezighouden dan met deeltjesfysica. In die ‘citadel’ zetten zestienduizend jonge academici en postdocs uit de hele wereld (van wie 20 procent vrouw) hun eerste stappen in de wetenschap, zij aan zij met gevestigde collega’s. Ze bouwen machines, doen experimenten, verzamelen gegevens, stellen rapporten op. Voor deze visionaire techneuten leveren oneindig kleine eenheden van het atoom niet alleen de verklaring voor de wetten die het heelal regeren, ze voegen ook stukjes toe aan de puzzel van de grote mysteries van het leven. Hun motto: Matter matters.

Grootste deeltjesversneller ter wereld

Onderzoek doen naar materie is in wezen een manier om te bestuderen waarvan wij zijn gemaakt. En dus wie we zijn en waar we vandaan komen. Arabella Martelli (32) herinnert zich de betovering van haar eerste dag bij CERN. ‘Een foto uit een natuurkundeboek van de middelbare school, met het onderschrift dat de belangrijkste natuurkundigen op die plek waren verzameld, werd opeens werkelijkheid. Toen ik er voor de eerste keer over de drempel stapte, als summer student, dacht ik: Wow, nu hoor ik daar ook bij!’

Van buitenaf gezien heeft CERN niets bijzonders: afgezien van het bolvormige bezoekerscentrum (de Globe of Science and Innovation) is het een doolhof van non-descripte gebouwen, kantoren en grijze loodsen, waarin je heel gemakkelijk kunt verdwalen. De straten zijn allemaal identiek en hebben nummers of zijn vernoemd naar wetenschappers. Het echte spektakelstuk bevindt zich honderd meter onder onze voeten: de LHC (Large Hadron Collider), een ring van 27 kilometer, de grootste deeltjesversneller ter wereld. Een hightechmachine, gebouwd om dingen te verklaren die lang geleden zijn gebeurd. ‘We versnellen protonen tot bijna de lichtsnelheid,’ zegt Dordei, ‘en dan laten we ze botsen en creëren zo mini-big bangs om te begrijpen wat er is gebeurd op het moment dat het heelal ontstond.’ ‘Door een druppel universum te herscheppen proberen we de eigenschappen ervan te snappen,’ vult Grace Luparello (33) haar aan. ‘Waarom vormt er zich bijvoorbeeld zo veel materie en zo weinig antimaterie? Ook op die vraag hopen we hier een antwoord te vinden.’

‘Druppel’ is overigens een groot woord. Dat wat dagelijks in de LHC wordt geïnjecteerd zijn nanogrammen materie. ‘Die zijn zo oneindig klein dat er in veertig jaar slechts 3 tot 4 gram aan deeltjes door deze machines is gegaan,’ zegt Mirko Pojer, de ingenieur die verantwoordelijk is voor de LHC. In 2012 heeft CERN wereldwijd alle media gehaald met de ontdekking van het Higgs-boson, een subatomair deeltje dat van fundamenteel belang is voor het standaardmodel van de deeltjesfysica.