The Washington Post | Washington D.C.

Vrijwel elke internationale krant schreef over ‘het verlies van de PVV’. Anne Applebaum maakt zich meer zorgen over de neergang van de sociaal-democratie – volgens haar een ontwikkeling die van grote invloed zal zijn op het electoraat in heel Europa.

Als je in de Engelstalige wereld woont, bezie je de rest van de wereld algauw door een populistische bril. Geen wonder: we zijn dagelijks bezig met het drama van 
de Brexit en het presidentschap van Trump, waarin in beide gevallen een hoofdrol is weggelegd (in wisselende maten) voor slechtgemanierde mannen met een slecht kapsel, aanvallen op deskundigen en immigranten en minachting voor nationale en internationale instituties die decennia lang voor vrede hebben gezorgd en de welvaart hebben bevorderd. Als we naar andere landen kijken, zijn we vanzelfsprekend op zoek naar diezelfde fenomenen.

Om die reden hebben de verkiezingen in Nederland, waarvan de Engelstalige wereld gewoonlijk niet wakker ligt, dit jaar ongekend veel aandacht getrokken. Want daar stond, midden op het politieke toneel, Geert Wilders. Een Nederlandse politicus die al heel wat jaren meeloopt – hij werd voor het eerst in het parlement gekozen in 1998 en zijn partij heeft al eerder gedoogsteun aan een kabinet verleend – en die zich allengs heeft ontwikkeld tot een slechtgemanierde man met een slecht kapsel die erin slaagde de populistische fakkel op te pakken en naar Den Haag te dragen. Een vriend van Stephen K. Bannon en Nigel Farage.

Wilders maakte dit jaar zijn opwachting op de Republikeinse Nationale Conventie in Washington, juichte de Brexit toe en deed zichtbare pogingen om zich aan te sluiten bij wat een internationale trend leek.

Uiteindelijk zal de teloorgang van Oud Links, en het verhaal van zijn vervangers, misschien wel belangrijker blijken te zijn dan de opkomst van “Nieuw Extreem-rechts”