Der Spiegel | Hamburg

De Amerikaans-Franse schrijver Jonathan Littell maakte een documentaire over voormalige kindsoldaten in Afrika. Der Spiegel zocht hem op tijdens het draaien.

De zaken gaan slecht. Voor een café in Gulu, een stad in het noorden van Oeganda, zitten Geofrey, Dan, Omony en David op hun bodaboda’s, bromfietstaxi’s. Het is heet, ze hangen rond en scheppen op over hun avonturen.

‘We hebben seks met blanke vrouwen,’ zegt Omony.

‘Moet je hem horen,’ antwoordt Geofrey. ‘Jij hebt nog geen borst van een blanke aangeraakt.’

‘Nee, zonder dollen,’ zegt Omony. ‘Ik heb vaak genoeg een blanke vrouw genaaid.’

‘Heb je daar foto’s van?’ vraagt David.

Luid gelach. Vroeger waren deze vier mannen soldaat in het Verzetsleger van de Heer, een van de wreedste rebellenbewegingen van Afrika. Hun gepoch is ook een manier van omgaan met het verleden dat hen elke dag achterhaalt. Om niet geconfronteerd te worden met de pijnlijke herinneringen, de nachtmerries en de schuldgevoelens.

Moordenaars

Deze mannen zijn moordenaars. De Franse schrijver Jonathan Littell filmt hen voor een documentaire die hij op dit moment in Oeganda maakt. Volgend jaar moet de film, die de werktitel Wrong Elements draagt, in de bioscoop komen. Littell wil erin het verhaal vertellen van de voormalige kindsoldaten van het Verzetsleger, van de verwoestingen die de oorlog in hun ziel heeft aangericht, van hun vergeten en verdringen en ook van hun omgang met schuld en boete.

Jonathan Littell, een kleine, gespierde man van 47, maakt een vermoeide indruk. Zijn hoekige gezicht zit onder het stof, zweetspoortjes lopen langs zijn slapen. Vanuit Jebelin, een voormalig trainingskamp van het Verzetsleger in Zuid-Soedan, is hij zo-even met zijn team teruggekeerd in Gulu. Ze filmen op plekken waar de burgeroorlog woedde, in het ongebaande oerwoud, op de uitgedroogde savanne, in troosteloze dorpen die ergens in Noord-Oeganda, Oost-Congo of de Centraal-Afrikaanse Republiek voor zich uit liggen te dommelen.

Littell werd in 2006 bekend als schrijver. In dat jaar publiceerde hij de roman die hem in één klap wereldberoemd maakte, De Welwillenden. In dit boek schildert hij vanuit ik-perspectief de fictieve levensweg van SS-officier Maximilian Aue. De roman lokte heftige controverses uit, omdat Littell expliciet poogde te beschrijven hoe uit Aue een moordenaar kon groeien die later zijn herinneringen probeerde te verdringen. Uiteindelijk moet Aue toegeven dat het verleden nooit voorbijgaat.

Het verleden zal ook voor mannen als Geofrey en zijn op hun bromfiets door de stoffige straten van Gulu knetterende vrienden nooit voorbijgaan. Gedreven door religieuze waanideeën doodden, folterden en verminkten ze mensen die net zo onschuldig waren als zijzelf. Ze verloren in de woorden van Littell ‘hun jeugd en halve leven in een mix van chaos, terreur en gedisciplineerde waanzin’.