Ensia | Saint Paul (Minnesota)

Het geluid van vissen en andere zeedieren blijkt veel te zeggen over de gezondheid van een kustecosysteem. Hoe stiller de dieren zijn, hoe slechter het gaat.

In 2013 luisterde Katherine Indeck naar opnamen van geluiden uit een kanaal tussen de Golf van Mexico en Tampa Bay in Florida. Sommige van deze audiobestanden waren opgenomen in een periode in 2005 waarin er extreem veel algenbloei was geweest. Veel vissen, dolfijnen en zeeschildpadden hadden het niet overleefd. Andere opnamen waren gemaakt nadat het ecosysteem zich was begonnen te herstellen.

Tijdens deze periode van herstel hoorde Indeck geluiden van dieren als pistoolgarnalen, die volgens haar nog het meeste klinken als bakkend ontbijtspek in een koekenpan. Maar tijdens de algenbloei heerste op haar opnamen een griezelige stilte. Het was alsof ‘er geen levende ziel te bekennen was’, vertelt Indeck, die nu als maritiem ecoloog werkt aan de Universiteit van Queensland in Australië. ‘Op die opnamen was vrijwel geen enkel omgevingsgeluid te horen.’

In een verslag dat Indeck in 2015 van haar observaties publiceerde, beschrijft zij hoe uit een soundscape – het totaal aan geluiden van dieren, het weer, de golven en menselijke activiteiten – de gezondheid van een kustecosysteem valt op te maken. Onderzoekers hopen dat met akoestische bewaking milieuschade in de toekomst gemakkelijker en goedkoper kan worden ontdekt dan met visuele inspectie door duikers. Vissen produceren geluiden variërend van gekwaak tot geknal en snelle pulsen: veranderingen in deze geluidspatronen kunnen duiden op verschuivingen in hun aantallen, diversiteit of gedrag. Met behulp van deze data kunnen wetenschappers de effecten van menselijke activiteit op het zeeleven in beeld brengen. Zo nodig staaft dat hun argumenten, wanneer ze er bij politici en managers op aandringen om iets aan de oorzaken van deze bedreigingen te doen.

Livecamera op een koraalrif op de Fillippijnen.