Financial Times | Londen

De rol van UKIP lijkt na de Brexit uitgespeeld. Maar de partij heeft een moeilijk te overschatten rol gespeeld.

Dit had het moment moeten zijn waarop de sputterende UKIP-trein weer ging rijden. Sinds de Britten voor de Brexit stemden leek de voorheen rebelse partij stuurloos, met een boodschap die niet meer strookte met de realiteit in het Verenigd Koninkrijk van na het referendum.

De tussentijdse verkiezingen van 23 
februari in [het kiesdistrict] Stoke-on-Trent Central, een arbeidersbolwerk waar naar schatting 65 procent van de stemmers voor de Brexit koos, vormden voor de nieuwe partijleider van UKIP, Paul Nuttall, een uitgelezen mogelijkheid voor een comeback. Maar zelfs in deze ideale omstandigheden en ondanks de aanwezigheid van de meest impopulaire Labour-leider aller tijden, Jeremy Corbyn, slaagde UKIP er niet in het resultaat van 2015 te verbeteren. Met bijna 25 procent van de stemmen ging de partij maar twee procentpunten vooruit, terwijl Labour de race met een marge van 2500 stemmen royaal won.

Desalniettemin zal het UKIP-verhaal de politicologiehandboeken ingaan als een klassiek geval van een populistische ruk naar rechts. UKIP wordt alom belachelijk gemaakt vanwege het onvermogen stemmen in zetels om te zetten, maar ondertussen zijn veel van hun standpunten, van de Brexit en de steun voor grammar schools tot de roep om een nieuw immigratiesysteem (dat vorig jaar in zijn geheel werd overgenomen door de Conservatieven Michael Gove en Boris Johnson), onderdeel geworden van de mainstream. In de toekomst zullen politieke historici melkmuil UKIP de verdiende betekenis toekennen: een partij die Groot-Brittannië richting de Brexit stuurde en het land hiermee duidelijk een geheel ander pad op duwde.

Nigel Farage zal de geschiedenis ingaan als de belangrijkste politicus van het huidige tijdperk