Vanity Fair | New York

Met Facebook bouwde Mark Zuckerberg een van de succesvolste bedrijven van onze tijd, met trekjes van een messianistische sekte. In een voorpublicatie uit zijn boek Start-upmania beschrijft voormalig Facebookmedewerker Antonio García Martínez hoe Zuckerberg op oorlogspad grote concurrent Google eronder kreeg.

Mark Zuckerberg is een genie.

Niet op een autistische, aspergerachtige manier, zoals hij wordt afgebeeld in de bijzonder fictieve speelfilm The Social Network, het cognitieve genie met uitzonderlijke talenten. Dat is een moderne definitie die afbreuk doet aan de oorspronkelijke betekenis.

Ook zou ik hem geen productgenie à la Steve Jobs noemen. Wie dat beweert, moet eerst een verklaring geven voor het volgepropte kerkhof van vergeten mislukkingen van Facebook. Herinner je je nog Home, het door Facebook mogelijk gemaakte ‘thuisscherm’ voor Android-telefoons, toen Zuck verscheen met de CEO van de smartphonefabrikant HTC, die op het punt stond een zware tegenslag te krijgen? Of Facebooks onverstandige gok op html5 in 2012, die de mobiele app frustrerend vertraagde? En wat te denken van Facebooks eerste, alleen in het Engels verkrijgbare versie van Search, die vooral geschikt was om de alleenstaande vrouwelijke vrienden van je vrienden uit te checken en later weer van de markt is gehaald? Of van de standalone app Paper, een schaamteloze imitatie van Flipboard? Sommige niet-gelanceerde producten die ik niet mag noemen waren zeer kostbaar, maar stierven een interne dood nadat Zuck zich had bedacht en ze stopzette.

Als hij een productgenie is, is er een enorme hoeveelheid serendipiteit die tegen zijn goddelijke waanzin indruist.

Droom over een nieuwe menselijke ervaring

Mijn stelling is dat hij een genie is van de oude stempel, een meeslepende natuurkracht, bezeten door een beschermende geest van een welhaast buitenaardse macht die hem stimuleert en gidst, en de mensen om hem heen aansteekt en zijn gevolg ertoe aanzet ook groot te zijn. De Jefferson, de Napoleon, de Alexander… de Jim Jones, de L. Ron Hubbard, de Joseph Smith. De hoeder van een messianistische visie die weliswaar grillig is en weinig details beschrijft, maar een overweldigend totaalbeeld presenteert voor een nieuwe wereld. Heb geschifte visioenen en ze sluiten je op. Overtuig een menigte van je visie en je bent een leider. Door zijn visie op zijn discipelen over te dragen, werd hij de stichter van een nieuwe godsdienst. Alle vroege medewerkers van Facebook hebben een verhaal over het moment waarop ze het licht zagen en begrepen dat Facebook niet zomaar een suf sociaal medium als MySpace was, maar een droom over een nieuwe menselijke ervaring. Met de ijver van recente bekeerlingen trokken deze verse rekruten andere betrokken, slimme, gedurfde programmeurs en ontwikkelaars aan die op hun beurt ook werden verleid door de echo’s van de zuckiaanse visie.

En dan was er nog de cultuur die hij schiep.

Veel coole bedrijven in de Valley hebben een cultuur die techniek vooropstelt, maar Facebook tilde die gedachte naar een nieuw niveau. De techneuten maakten er de dienst uit, en zolang je maar code afleverde en niet (te vaak) dingen brak, zat je gebeiteld. Het concept van subversief hacken bepaalde alles. In de eerste fase creëerde Chris Putnam, een middelbaar scholier uit Georgia, een virus dat je Facebookprofiel deed lijken op MySpace, destijds een veelbelovend sociaal medium in opkomst.

Dustin Moskovitz, de medeoprichter van Facebook, besloot niet de FBI op Putnam af te sturen, maar hem uit te nodigen voor een sollicitatiegesprek en hem een baan aan te bieden. Hij werd een van de beroemdste en temperamentvolste programmeurs van Facebook. Het was een unieke piratenhouding: als je dingen voor elkaar kon krijgen, en nog snel ook, was niemand geïnteresseerd in je geloofsbrieven en je ideeën over moraal en wet. Het ethos van de hacker ging boven alles. Dat was de cultuur die ervoor zorgde dat jochies van drieëntwintig met een jaarsalaris van een half miljoen dollar werkdagen van veertien uur maakten op de bedrijfscampus terwijl ze in een stad woonden waar alle vormen van vermaak voor poen te koop waren. Ze aten drie maaltijden per dag op het werk en soms sliepen ze er. Ze deden niets anders dan code schrijven, code beoordelen en in interne Facebookgroepen commentaar geven op nieuwe features. Op de dag van de beursgang, Facebooks triomftocht, zat de werkvloer van Ads op vrijdagochtend acht uur vol met noest werkende programmeurs. Ze waren allemaal serieus veel geld waard – zelfs fuck-you-geld, in sommige gevallen – en zaten code te schrijven op de dag dat hun papieren in keiharde cash werden omgezet.