The Sunday Times | Londen

Niet roken en drinken in het bijzijn van je kleinkinderen? Onzin, vindt journaliste Lynn Barber: van haar krijgen ze een opvoeding die ze nooit zullen vergeten.

Ik geloof niet dat er in mijn jeugd zoiets bestond als Moederdag, of in ieder geval niet bij ons thuis. Mijn ouders hadden het niet zo op sentimenteel gedoe, of op feestdagen. Maar toen ik eenmaal zelf kinderen had viel er niet langer te ontkomen aan deze gruwel. Ze kwamen thuis van de peuterklas met een of ander afschuwelijk, hartvormig kaartje en vertelden vol trots dat ze er een hele week aan hadden gewerkt. Dan zei ik snibbig: ‘Weten ze daar niets beter te verzinnen? Kunnen ze jullie niet leren rekenen of zo?’ Waarop de kinderen huilend naar papa gingen en ik me gedwongen zag te zeggen: ‘Sorry, sorry, ik maakte maar een grapje.’ Ik zette de monsterlijke kaarten op de schoorsteenmantel, waar ze een paar weken stonden te verstoffen.

Maar wat nog veel en veel erger was, was dat mijn schoonmoeder écht aan Moederdag hechtte, wat aanleiding was tot vele tranen en driftbuien. Ik had niet alleen tot taak de kinderen achter hun broek te zitten om een kaartje voor oma te maken, maar ook nog eens om mijn man achter de vodden te zitten om iets voor haar te kopen, en venijnig te sissen: ‘Met bloemen van de benzinepomp kom je er niet!’ En alsof dat allemaal nog niet erg genoeg was, kregen onze dochters, toen ze respectievelijk vier en zes waren, een glanzend wit T-shirt van haar, met de opdruk: ‘I love my granny’. Ik probeerde alle gebruikelijke trucjes, maar uiteindelijk wist ik ze alleen maar zo gek te krijgen die met Moederdag aan te trekken door ze elk vijf pond te geven. Dat was het moment waarop ik zwoer nooit oma te worden.

Maar goed, nu is het er dan toch van gekomen – het gaat min of meer vanzelf als je kinderen hebt en maar lang genoeg wacht – en zo erg is het allemaal niet. Eigenlijk zijn het vooral de leuke kanten van het ouderschap – het knuffelen en de vrolijkheid zonder de poepluiers. Van Rosie heb ik Max, die acht is, en Rocco, die zes is. Van Theo heb ik Effie van vijf en Enzo van drie. Om het weekend ga ik naar Brighton, en zo nu en dan komen ze bij me logeren in Londen, al gaat dat de laatste altijd gepaard met angstige voorgevoelens, die meestal niet onterecht blijken. Ze maken niet eens zo héél veel stuk, al laten ze wel een merkwaardig plakkerig spoor achter op het vloerkleed; het is meer dat mijn dochters het mij kwalijk nemen als mijn kleinkinderen zich bezeren.

Kerstboom

Dit jaar had ik ze voor het eerst te logeren met Kerstmis en ik vond dat ik een omamedaille verdiende omdat ik een kerstboom in huis had gehaald. ‘O, mam!’ jammerde Theo, ‘Je hebt glazen ballen in de boom gehangen. Straks eet Enzo ze op!’ Zou het? Echt? Heb ik echt een kleinzoon voortgebracht die zo onnozel is dat hij een kerstbal in zijn mond zou stoppen? Oké, hij is nog maar drie, maar je zou denken dat hij wel een paar boerenverstandgenen heeft meegekregen. Nou ja, de positieve kant is dat mijn dochters de kleinkinderen niet meer aan mijn zorg toevertrouwen uit angst dat ik ze op straat laat spelen, midden tussen de auto’s. Ik vind het wel best: ik geniet ervan om de kleinkinderen te zien, maar ik zit niet te wachten op de verantwoordelijkheid, zeker niet een hele dag. Kinderen zijn loodzwaar en ik heb last van mijn rug. Ik vind het leuk om voor te lezen, maar ze in bad stoppen is een hoop gedoe en ik vind er niks aan om met ze te eten omdat ik dan moet doen alsof ik het heel belangrijk vind dat ze hun groente opeten. Wanneer hebben kinderen ooit hun groente opgegeten? En – dat is de druppel – ik zou niet mogen roken of drinken waar ze bij zijn. Ik word ook geacht voor hun komst mijn hele huis te ontdoen van huisstofmijt, wat me een hele week zou kosten als ik het al zou proberen. Maar ik put moed uit recent onderzoek dat aantoont dat het heel goed is voor kinderen om te worden blootgesteld aan allerlei bacteriën en microben.

Vroeger hadden we al die regels niet – we rookten en dronken tijdens de zwangerschap (ik rookte zelfs nog in de verloskamer), we hadden geen kinderzitje in de auto, we gaven de kinderen suikerwater te drinken, we kochten ze om met snoep als ze naar bed moesten. Ik herinner me mijn verbijstering toen ik een moeder op het schoolplein hoorde zeggen dat we geen pinda’s mochten neerzetten voor het kerstfeestje omdat sommige kinderen daar allergisch voor waren. ‘Allergisch voor pinda’s? Het moet niet gekker worden,’ lachte ik vrolijk. Het werd natuurlijk nog veel gekker, en tegenwoordig heeft elk kind dan ook een hele waslijst van verboden voedingsmiddelen – ijs, frisdrank, gluten, noten, chocolade. Ze moeten kennelijk van de lucht leven.