Duanchuanmei   | Hongkong

Honderdduizenden arme Chinezen vonden vanaf de jaren tachtig werk in de afvalrecycling. Sommigen werden er zelfs miljonair mee. Maar door dalende prijzen ligt de sector op zijn gat en zijn de sorteerders weer terug bij af.

In de naargeestige straatjes van Beijing kom je rammelende driewielers tegen die zwaar beladen zijn met allerlei ‘gebruikte spullen’ 
en getooid met een groot kartonnen bord waarop in onbeholpen karakters ‘Afvalinzameling’ staat.

Ook al kent Beijing al sinds de jaren vijftig afvalscheiding, de bewoners zijn er nog niet aan gewend. Vorig jaar produceerden de huishoudens in Beijing meer dan 7,9 miljoen ton afval en de hoofdstad wordt omringd door meer dan vierhonderd stortplaatsen. Elke dag beklimmen honderden mensen stinkende vuilnisbergen om met bekwame hand het afval te scheiden. Afvalrecycling is in de Chinese hoofdstad bijna volledig afhankelijk van deze bevolkingsgroep uit de provincies, die helemaal onder aan de maatschappelijke ladder staat. Met blote handen wroeten ze in het afval om recycleerbare voorwerpen te vinden die ze vervolgens voor enkele tienduizenden yuans [1 yuan = 0,14 euro] kunnen doorverkopen aan een afvalverwerkings- en behandelingsbedrijf.

Tot dit leger van afvalsorteerders behoort de familie Zhou, afkomstig uit een dorpje in de buurt van Fuyang, in de provincie Anhui in Centraal-China. Twintig jaar geleden vestigde Zhou Shouyi zich op bijna vijftigjarige leeftijd met zijn gezin op een vuilstortplaats aan de zuidelijke rand van Beijing. Omdat hij wees was, kon hij in zijn dorp niet over landbouwgrond beschikken. Hij moest als metselaar werken om zo goed en zo kwaad als het ging zijn brood te verdienen. Eind jaren tachtig werd Shouyi’s linkerbeen verbrijzeld door een val uit een boom op een bouwplaats, zodat hij zijn werk verloor. Daarna, in 1995, verloor hij al zijn bezittingen bij een brand. Hij besloot zijn geluk in Beijing te beproeven.

Shouyi vertrok met zijn vrouw en vier kinderen: zijn tweeling Bingyu en Bingqing, een achtjarige dochter van zijn jongere broer van wie haar ouders vanwege geldgebrek afstand wilden doen, en zijn zoon Bingjie, die op dat moment nog in de buik van zijn moeder zat. 
Op aanraden van iemand uit het dorp trok de familie Zhou naar het district Xihongmen, ten zuiden van de vijfde rondweg van Beijing, waar zich een immense vuilstort bevindt.

Sloppenwijk

Nadat hij zich had aangesloten bij 
het leger van afvalsorteerders in de hoofdstad, bouwde Shouyi op de stortplaats zelf een hut van resten plaatijzer, kapotte bakstenen en stukken hout die hij her en der had verzameld, net als al hun meubels en kleren. In dit krot werd hun zoon Bingjie geboren.

De legers van afvalsorteerders streken begin jaren tachtig in de grote steden van China neer. Volgens een studie zou Beijing er wel 160.000 hebben geteld. Het merendeel was afkomstig uit de provincies Sichuan (in het zuidoosten), Henan (in het centrale oosten), Jiangxi (in het oosten) en Anhui. Vervolgens verdeelden deze afvalsorteerders zich op grond van hun geografische herkomst in diverse clans, die elkaar op leven en dood beconcurreren. 
Sommigen werkten zich dankzij 
de goudmijn die het afval kan zijn op tot ‘glaskoningen’, ‘plastickoningen’ 
en ‘ijzer- en aluminiumkoningen’, en werden miljonair. Anderen vestigden zich op grote stortplaatsen aan de rand van de stad, waarvan ze de grond dikwijls huren van productiebrigades van naburige dorpen. De percelen beslaan enkele vierkante kilometers en zijn 
opgedeeld in ontelbare bedrijfjes waar het afval wordt gescheiden en gerecycleerd.

Van het tiental grote stortplaatsen rond de hoofdstad zijn er maar zeer weinige die over de vereiste vergunningen beschikken of zich tijdig hebben ingeschreven bij de Dienst Handel en Industrie. Deze dienst laat zich betalen voor de locatie en bekommert zich nauwelijks om de bescherming van het milieu. Ondanks het feit dat ze talrijke problemen veroorzaken (verstoring van de openbare orde, milieuvervuiling, vervalsing en het aanlengen van spijsolie), stellen de honderdduizend afvalsorteerders de overheid in staat jaarlijks enkele honderden miljoenen yuans te besparen op het verwerken van afval.