Die Zeit | Hamburg

Waarom lukt het China zich aan de armoede te ontworstelen, en veel Afrikaanse staten niet? Die Zeit zocht naar antwoorden in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

De president van het armste land ter wereld resideert achter een grote zwarte toegangspoort, die wordt bewaakt door een handvol mannen met machinegeweren. Wie de poort passeert, stuit op een kantoorcontainer met een schotelantenne op het dak. Een achteringang voert naar een met hout betimmerde werkkamer met zware gordijnen, die de middaghitte buiten moeten houden. Daar bezet president Faustin-Archange Touadéra een van de kolossale leren stoelen, waarin hij er op de een of andere manier ietwat verloren uitziet.

Eigenlijk is Touadéra hoogleraar in 
de wiskunde. Een paar jaar geleden ging hij de politiek in om zijn land te dienen, zegt hij. En vrij snel werd hem duidelijk dat dat ingewikkelder is dan de ingewikkeldste wiskundige vergelijking. Touadéra’s land is namelijk de Centraal-Afrikaanse Republiek.

581 dollar

Als je op een kaart van het Afrikaanse continent ongeveer in het midden een lijn van noord naar zuid trekt en dat ook van oost naar west doet, dan ligt het land nagenoeg op het snijpunt van die lijnen. Eén keer per jaar publiceren de Verenigde Naties een lijst die de landen ter wereld op welvaartsniveau rangschikt. De Centraal-Afrikaanse Republiek staat op de laatste plaats. Slechts 581 dollar bedraagt er het bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking – in Duitsland is dat 43.919 dollar.

Hoe komt dat?

Waarom staat de burgemeester van Paderborn een hoger budget ter beschikking dan de president van een land dat twee keer zo groot is als de Bondsrepubliek?

Waarom rollen er in Duitsland jaar 
in, jaar uit bijna zes miljoen auto’s 
van de band en in het rijk van Faustin-Archange Touadéra niet een?

Waarom worden Duitsers gemiddeld 81 jaar oud en de mensen in het hart van Afrika maar amper 51 jaar?

Met andere woorden: waarom zijn arme landen arm en rijke landen rijk?

Ontelbare economen hebben zich over die vraag gebogen. Ze hebben de oorzaken van de armoede onderzocht en erover nagedacht waarmee de armen geholpen zouden kunnen zijn. Maar ze zijn met hun ideeën maar nauwelijks doorgedrongen in de zenuwcentra van de internationale politiek.