The Economist   | Londen  

Waarom wordt Economist -redacteur Tom Standage dikker? Zelf vermoedt hij dat het komt door de opkomst van contactloos betalen.

Als techneut houd ik van alles wat het leven sneller, makkelijker en slimmer maakt. Daarom houd ik van mijn verzameling oude munten. Het idee van geld – een in de bronstijd ontwikkelde technologie – was destijds een gigantische innovatie die handel drijven een stuk eenvoudiger maakte, doordat waarde in de vorm van handige symbolen kon worden bewaard en opgeslagen. Er 
is een brede waaier aan verschillende valuta uitgeprobeerd – zilveren ringen, metaalstaven en in Micronesië zelfs stenen schijven met een diameter van ruim 3,5 meter – maar in het grootste deel van 
de wereld kwam men er algauw achter dat het op zak hebben van kleine metalen schijfjes een handiger manier was om de wekelijkse boodschappen te 
betalen dan het voortrollen van reusachtige stenen richting de kruidenierswinkel.

Nu stevenen we af op een cashloze economie. 
Dat heeft het onderliggende idee van geld niet 
veranderd; het maakt betalen alleen een beetje gemakkelijker. Toch lijkt het afschaffen van het fysieke element onze relatie met geld te veranderen. Door het verminderen van wat gedragseconoom 
Dan Ariely de ‘pijn van het betalen’ noemt, moedigen cashloze betalingen ons aan om meer uit te geven.

12 tot 18 % meer uitgeven

Op dit effect werd voor het eerst gewezen in de jaren tachtig, na de introductie van de creditcard. Uit een in 2001 gepubliceerde studie bleek dat inwoners 
van Boston bereid waren twee keer zo veel voor een basketbalwedstrijd neer te tellen als ze met een 
creditcard betaalden dan contant. Maar wedstrijdkaartjes zijn misschien niet representatief; het meest geciteerde feit is afkomstig uit een studie 
van Dun & Bradstreet, namelijk dat mensen met een creditcard gemiddeld 12 tot 18 procent meer uitgeven dan ze contant zouden doen. En dat is helemaal niet verwonderlijk. Als je je portemonnee of portefeuille tevoorschijn moet halen en daarna fysieke biljetten of munten moet overhandigen, ben je je duidelijker bewust van de kosten van een transactie dan 
wanneer je een creditcard in een apparaatje steekt. Daarom gebruiken we spaarpotten om kinderen financiële verantwoordelijkheid bij te brengen. Omgedraaid is het ook de reden dat fruitmachines 
in Las Vegas geen contant geld meer accepteren.

Dit effect lijkt te versnellen naarmate de technologie de frictie van het betalen wegneemt. Neem je bijvoorbeeld een taxi, dan moet je nog steeds contant geld of een creditcard tevoorschijn toveren, je realiseren wat de kosten zijn en besluiten of je een fooi gaat geven; neem je een Uber, dan wordt 
de betaling haast onmerkbaar aan je banksaldo onttrokken. Met contactloze kaarten kun je kleine betalingen doen door ze alleen maar vluchtig langs een kaartlezer te halen: een handtekening of pincode is niet nodig. Als je een smartphone gebruikt om contactloos te betalen, neemt de frictie nog verder af. Kaarten worden meestal in een 
portefeuille of portemonnee bewaard, maar je telefoon is altijd bij de hand: het is net een toverstaf waar je alleen maar mee hoeft te zwaaien om dingen te betalen.

Economen verwachten dat de verschuiving naar steeds eenvoudiger betaalsystemen de consumentenbestedingen verder zal opjagen. Bedrijven zijn dolblij. Maar consumenten zouden meer op hun hoede moeten zijn.