360 Magazine | Amsterdam

De correspondentie tussen 360 en Ivan Krastev bevindt zich meestal ruim binnen de fameuze 140 tekens. Een vraag onzerzijds krijgt altijd een duidelijk antwoord. Yes. Ok. Of: – maar dan heeft Krastev er echt tijd voor genomen – Hoe lang?

We zijn er altijd blij mee en houden ons voor dat elk woord dat hij bespaart als dividend wordt uitbetaald in zijn essays voor The New York Times en aanverwante kwaliteitsmedia.

Krastev werd geboren in Lukovit, vlak bij Sofia – de hoofdstad van Bulgarije –, waar hij later filosofie ging studeren. In het publieke debat draaide het destijds voornamelijk over hoe Polen zich tegen het communisme verzette. Over de andere weeskinderen van het Sovjetimperium, waaronder Bulgarije, had niemand het. Dat tij kon hij in z’n eentje niet keren. Als mijn vaderland niet op de opiniepagina’s verschijnt, moet hij gedacht hebben, is het de hoogste tijd dat de opinie van een Bulgaar zich in de op-eds doet gelden. De Duitse politicus en Oxford-hoogleraar Ralf Dahrendorf zag de intellectuele capaciteiten van de jonge, destijds nog anonieme denker en steunde hem bij het opzetten van een liberale denktank. Een eerste essaybundel kwam uit in 2004. Sindsdien is Krastev niet meer van het podium verdwenen.

Rode draad in veel van zijn werk is de enorme vertrouwenscrisis die is ontstaan in wat hij een nieuwe standenmaatschappij noemt, waar zelfbehaald succes in plaats van ideologie de drijfveer is. Europeanen zijn volgens hem cynischer geworden over de waarde van het democratische systeem, hebben steeds minder vertrouwen ook maar enige invloed te kunnen uitoefenen op het beleid, en zijn in toenemende mate bereid zich achter autoritaire alternatieven te scharen. Maar, zei Ivan Krastev verontschuldigend op een TED-bijeenkomst; ‘Ik ben Bulgaar, en wij zijn het meest pessimistische volk op aarde.’