Hankyoreh | Seoel

Terwijl Donald Trump de spanning opvoert, hebben de Zuid-Koreanen het gevoel dat ze nauwelijks mogen meepraten.

Op 12 april jongstleden, vijf dagen na hun top in Florida, hebben de Amerikaanse president Donald Trump en zijn Chinese collega Xi Jinping opnieuw telefonisch overlegd over het Noord-Koreaanse nucleaire programma, wat tamelijk ongebruikelijk is. De sfeer duidt erop dat er iets ernstigs heeft plaatsgevonden. Tijdens mediainterviews heeft Trump de afgelopen dagen herhaaldelijk aan de situatie in Noord-Korea gerefereerd. En elke keer stelde hij zich hard op. Het merendeel van zijn uitlatingen lijkt erop te wijzen dat de militaire druk zal worden opgevoerd, in het kielzog van de terugkeer van het vliegdekschip USS Carl Vinson naar de Japanse Zee.

Hij heeft er ook aan herinnerd dat de Amerikaanse marine over kernonderzeeërs beschikt en benadrukt dat zijn leger het machtigste ter wereld is. Bovendien heeft hij geprobeerd Peking mee te krijgen om de druk op Pyongyang op te voeren door aan de ene kant te verzekeren dat Washington alleen maar zal ingrijpen als China niet meewerkt en aan de andere kant te beloven dat hij Peking er niet van zal beschuldigen de wisselkoers te manipuleren.

Het vervelende is dat er een grote afwezige is in het offensief van de regering-Trump: Zuid-Korea. Als men de Koreaanse kwestie wil oplossen, is het natuurlijk belangrijk dat de Verenigde Staten en China daar overleg over plegen. Maar dat een van de belangrijkste betrokkenen buiten het beslissingsproces wordt gehouden is een ernstig probleem.

Een zweefmolen in de vorm van de Noord-Koreaanse Unha-3-raket in een park in Pyongyang. – © David Guttenfelder / Getty