Mail & Guardian   | Johannesburg 

Als Afrikaan ben je tegenwoordig bij geen enkele grens meer welkom, zelfs niet in Afrika zelf. Daar moet verandering in komen, vindt de Kameroense filosoof Achille Mmembe.

Het in goede banen leiden van de menselijke mobiliteit zou wel eens het belangrijkste probleem kunnen worden van de eerste helft van de eenentwintigste eeuw.

Wereldwijd hebben de combinatie van het supersnelle kapitalisme en de opkomst van digitale en computertechnologie geleid tot steeds snellere en intensievere verbindingen. In dit opzicht leven we steeds meer in een grenzeloze wereld. Maar tegelijk zien we, waar we ook kijken, juist meer grenzen.

Als deze trend aanhoudt, zal de wereld van morgen vooral een in zichzelf gesloten wereld zijn, met talloze enclaves, doodlopende stegen en verschuivende, mobiele en diffuse grenzen.

Het vermogen om te beslissen wie zich mag verplaatsen en wie zich ergens mag vestigen – en waar en onder welke omstandigheden – zal de kern worden van de politieke strijd om de soevereiniteit.

Anders en vreemd

Het recht van niet-burgers om een gastland binnen te gaan is formeel misschien nog niet afgeschaft. Maar het wordt wel steeds meer aan procedures onderworpen, en kan op ieder moment en op grond van ieder voorwendsel worden opgeschort of ingetrokken.

Dit komt doordat er een nieuw mondiaal veiligheidsregime aan het ontstaan is, dat wordt gekenmerkt door externalisering, militarisering en miniaturisering van grenzen, inkrimping van rechten, en een uitgebreid gebruik van tracking en surveillance. Het belangrijkste gevolg hiervan dat de mobiliteit voor sommigen wordt vergroot, en voor anderen wordt ingeperkt of ontkend.

Dit maakt de weg vrij voor raciaal geweld, dat voor het grootste deel gericht is op minderheden, en op mensen zonder toekomstperspectief die toch al heel kwetsbaar zijn.

Bovendien wordt mobiliteit steeds vaker gedefinieerd in geopolitieke, militaire en veiligheidstermen. In theorie kunnen degenen met het laagste risicoprofiel zich altijd vrij bewegen. In de praktijk dient deze risicocalculatie meestal ter rechtvaardiging van de ongelijke en discriminatoire behandeling van mensen op grond van hun huidskleur.

Nu de ontwikkeling in de richting van balkanisering en omheining sterker wordt, wordt de ongelijkheid bij het oversteken van grenzen een sleutelkenmerk van onze tijd. In het noorden is het racisme tegen migranten in opkomst. Zij die als ‘niet-Europees‘ of ‘niet-wit’ worden gezien, worden onderworpen aan openlijke en niet-zo-openlijke vormen van geweld en discriminatie. Het racisme krijgt tevens een andere grondslag. Anderszijn en vreemd zijn hebben nu ook een culturele en religieuze lading.

Mondiaal is de trend nu de bewegingsvrijheid van zo veel mogelijk mensen in te perken, of die vrijheid aan zulke draconische voorwaarden te onderwerpen dat mobiliteit objectief gezien onmogelijk is.