360 Magazine | Amsterdam

De Britse journalist Gary Younge schreef een boek over een willekeurige dag in 2013, waarop in de VS tien kinderen werden doodgeschoten. Younge reisde naar hun woonplaats en reconstrueerde hun levens. Dit is het verhaal van Pedro Cortez (18) uit San Jose, Californië.

Het Capitol Park in East San Jose ligt aan de voet van de bergketen Diablo Range, en is ingebed in kinderfantasieën. Het is een uitgestrekte lap groen met een speeltuin, omheinde basketbalvelden en voetbalvelden, picknicktafels, barbecues, een baseballveld en een school. Het ligt ingesloten tussen Bambi Lane, Van Winkle Lane, Peter Pan Avenue en Galahad Avenue. Vanaf hier kun je ofwel vertrekken over het Lower Silver Creekpad – een wandeling van tien kilometer die je, als het pad eenmaal klaar is, van Lake Cunningham Park naar het Coyote Creekpad brengt – ofwel het gebied verlaten via de Cinderella Lane. De tuinen van de bescheiden bungalows die rond het park staan in dit overwegend door latino’s bewoonde gebied zijn weelderig begroeid met onder andere palmbomen, en hier en daar zie je een fontein. Het was veruit de schilderachtigste plek waar die dag een kind werd doodgeschoten en eromheen stonden de duurste panden (als je hier een huis verkocht kon je met de opbrengst zeven huizen kopen in de buurt waar Stanley Taylor werd doodgeschoten). Met achttien graden bij een licht windje, was het ook de warmste plek.

Eind achttiende eeuw was San Jose van de Spanjaarden, die er de eerste woonstad van maakten in hun kolonie Nueva California. In 1821 kwam de stad in handen van de Mexicanen en in 1850 van de Amerikanen. Vandaag wordt deze stek opgeëist door de Norteños, een uitgelezen verzameling bendes die in de verte zijn verbonden met de Nuestra Familia, een bende die opereert vanuit de Chicanogevangenis. ‘Norteños’ betekent noorderlingen, om precies te zijn Noord-Californiërs. Ze dragen rode kleren, hebben vaak tatoeages met vier stippen op hun handen of in een ooghoek, en kunnen te koop lopen met het nummer 14 – N is de veertiende letter van het alfabet. Deze bendes zijn meer veramerikaniseerd dan andere latinobendes; enkele leden spreken misschien niet eens Spaans. Ze maken ook aanspraak op de beeldcultuur van en het heimwee naar de arbeidersbeweging voor latino’s in het algemeen, en naar vakbondsleider César Chévez in het bijzonder, die in contact kwam met vele Norteños toen hij gevangenzat wegens zijn werk voor zijn bond.

Hun voornaamste concurrerende bende, de Sureños [Zuiderlingen], is groter maar minder goed georganiseerd; hun basis ligt in Zuid-Californië; ze dragen blauw en hun tatoeages zijn getooid met drie puntjes. De wijd en zijd erkende grens tussen Noord en Zuid ligt 240 kilometer ten zuiden van San Jose in Bakersfield. ‘Dit gebied heeft inderdaad een duidelijke kleur’, vertelde Arturo Dado tegen de San Jose Mercury News een paar dagen nadat hij zijn kleinzoon had verloren. ‘Het heeft duidelijk de kleur rood.’

Populair maar naïef

Op 23 november 2013 droeg Arturo’s kleinzoon, de achttienjarige Pedro Dado Cortez, zwarte kleren. Zijn familie benadrukt dat hij geen lid van een bende was, al waren ze bang dat hij zich aangetrokken zou voelen tot het bendeleven. ‘Ik haalde zijn rode kleren meestal weg’, zei Silvia Dado, zijn grootmoeder. ‘Hij zei altijd dat het prima zou gaan, dat we ons geen zorgen moesten maken over hem en zijn vrienden, maar ik maakte me wel zorgen en borg zijn rode shirts op.’ Pedro woonde bij zijn grootouders, die hem beschreven als ‘een populaire jongen, maar naïef’. ‘Ze hangen graag rond op die typische manier van jongemannen’, zei Arturo. ‘En ze droegen geen vuurwapens, schoten niet op mensen en pleegden geen berovingen.’

Bij vrienden en familie stond Pedro bekend als Junior of Moko. Op de meeste foto’s draagt hij een baseballpet met een brede klep en heeft hij een ontspannen glimlach met perzikdons erboven. Op herdenkingsvideo’s hangt zijn arm bijna altijd om iemands hals – zijn zus of een keur van jonge vrouwen – vaak heeft hij een fles Hennessy in de andere hand. Op een YouTubevideo playbackt hij al dansend ‘Beautiful Girls’, afwisselend verlegen en niet verlegen, terwijl zijn vrienden, opeengehoopt op een matras, hem bemoedigend toelachen. Pedro was officieel blind – hij had een kwaal die aanzienlijk was verergerd sinds zijn dertiende –, maar redde het met het gezichtsvermogen dat hij over had. Hij droeg sterke contactlenzen, die hem pijn deden, zei hij. Hij was van school gegaan en werkte voor zijn stiefvader bij een verhuisbedrijf. Hij had nog steeds hoop dat hij genoeg geld kon sparen om te leren rijden en dat hij aan een auto kon komen.

Hoewel hij en een van zijn vrienden die middag zwarte kleren droegen, wordt aangenomen dat een ander lid van hun groep misschien rood droeg. Ze liepen om een uur of vier over de Van Winkle Lane – op klaarlichte dag en op openbaar terrein. Dat blijkt de gevaarlijkste tijd om buiten te zijn in een gebied dat door een bende wordt getiranniseerd.

In verschillende studies over moorden door bendes in Los Angeles brachten onderzoekers een serie kenmerken aan het licht die moorden gepleegd door bendes onderscheiden van andere moorden. Ze worden meer op straat gepleegd, met gebruik van vuurwapens en auto’s, vinden plaats in de late namiddag en de betrokkenen zijn vaak jong, en meestal man.

In dat opzicht was de moord op Pedro exemplarisch. Voordat de schemering over de keten van de Diablobergen kon rollen, stopte er een zwarte Camaro-cabriolet naast hem en zijn vrienden, en begon een schutter met een bandana voor zijn gezicht te schieten. De auto reed met een noodgang weg, waarschijnlijk naar Galahad of Peter Pan, en liet Pedro achter met een kogel in zijn hart. Hij stierf ter plaatse. Volgens een lokale website knetterde het de vierentwintig uur daarna van de schoten in East San Jose, kennelijk ter vergelding, waarbij ettelijke huizen onder vuur werden genomen. Die ochtend had Pedro zijn zus Miranda Brianna gebeld, met wie hij een goede band had, gewoon voor een praatje. Die avond gunde ze zich wat Hennessy – zijn favoriete drankje – ter nagedachtenis aan hem: Pedro was lid van het ‘Hènnnn Team’.