Süddeutsche Zeitung | München 

Vroeger speelden villa’s een belangrijke rol in de architectuurgeschiedenis. Maar hoe zit dat met de ‘paleisjes’ die superrijken tegenwoordig laten optrekken?

Voetballer Franck Ribéry, die soms in zijn eentje een oktoberfeest maakt van het middenveld van Bayern München, zocht een architect. Hij ging, jaren geleden alweer, een villa in Grünwald [een chique buurt in München] bezichtigen. Ribéry had haast. Zijn vrouw en kinderen zouden binnenkort komen. En zijn woning moest bij zijn stand als voetbalmiljonair passen.

De architect vertelt: ‘Ribéry was verrukt van de villa. Zijn ogen staalden. Als een kind.’ Hij was vooral weg van de slaapkamer. Midden in die kamer stond een cirkelrond bed, met rood satijn overtrokken. Van hieruit kon hij de verlichting inschakelen van een loods in de tuin. Daarin stonden Ferrari’s en Lamborghini’s.

De architect nam de Münchense godenzoon even apart, en ontraadde hem de aanschaf.

In die tijd had Ribéry een proces aan zijn broek. Hij zou in een Münchens hotel seks hebben gehad met een minderjarige prostituee. Later werd hij vrijgesproken. Maar zijn huwelijk bevond zich toch in een, laten we zeggen, kritische fase. Dus zei de architect: Non monsieur, geen bed met uitzicht op Ferrari’s. In plaats daarvan adviseerde hij Ribéry een huis dat beter was voor diens huwelijk.

Hij bestaat dus toch, de architect die nee zegt tegen de escapistische villa. Die nee zegt tegen hedonisme en grootheidswaanzin.

Villa Godzila

Hij bestaat op dit moment ook in Augsburg. We zijn er op bezoek bij Titus Bernhard. Hij is een architect die in opdracht van de rijken en superrijken steeds vaker ‘eengezinswoningen’ ontwerpt. Het zijn niet altijd ‘paleisjes’, al gebruiken de opdrachtgevers deze term wel graag. Villa is misschien een beter woord. Misschien. Want zo simpel als een cirkelrond bed is het niet – ook al werd een dergelijk bed al in 1957 ontworpen door Frank Lloyd Wright, niet voor Ribéry, maar voor Marilyn Monroe.

We zijn dus in Augsburg, in het Martinipark. Hier heeft Bernhard een architectenbureau in een bakstenen fabrieksgebouw. In Duitsland hoort hij tot de toonaangevende ontwerpers van eigentijdse villa’s. Zijn fabriek is een droomfabriek. En een plaats van twijfel. Twijfel bij een architect of de wereld niet gek aan het worden is. Binnenkort gaat Bernhard weer meer sociale woningbouw ontwerpen, ‘anders houd je het als architect niet vol’.

Aan de ene kant van zijn kantoor staan schaalmodellen van villa’s. Aan de andere kant liggen, verscholen achter golvende witte gordijnen, uiterst geheime schetsen voor woonkamers die zo groot zijn dat de toekomstige bewoners wel familie moeten zijn van het filmmonster Godzilla. Villa Godzilla is de woning van dit moment. Het is het soort Wolf of Wall Street-architectuur dat over de wereld symbool staat voor pure mateloosheid.

Om misverstanden te voorkomen: Titus Bernhard is geen grootheidswaanzinnige, maar een fijnbesnaard beeldhouwer en vooraanstaand binnenhuisarchitect. Wat hij bouwt is zeker duur (zelf noemt hij het ‘goedkoop in de betekenis van goede koop’), maar meestal zijn Bernhards mondaine, door Bauhaus geïnspireerde en toch heel eigentijdse ruimtelijke vindingen, heel geslaagd. En daarom ook zeker relevant voor de cultuur van het bouwen.

Zonder de Weense villa van Ludwig Wittgenstein (ontworpen door Wittgenstein en Adolf Loos-leerling Paul Engelmann), zonder Villa Tugendhat in Brno of het Farnsworth House in de VS (beide ontworpen door Mies van der Rohe), zonder Villa Savoye van Le Corbusier in Poissy of Villa Malaparte op Capri, zonder Rem Koolhaas’ Maison à Bordeaux, kortom, zonder bouwen voor de financiële elite, is de architectuurgeschiedenis ondenkbaar. Dat geldt vanaf de Palladio-villa’s tot op de dag van vandaag. Idealiter is deze financiële elite ook cultureel inspirerend. Helaas is het zo dat waar vroeger de Medici’s hun stempel drukten, tegenwoordig Donald Trump en Kim Kardashian een vinger in de pap hebben. Maar toch: veel wat later tot de grammatica van de architectuur gaat behoren, is eerst bedacht voor specifieke villa’s. De villa fungeert als katalysator voor de architectuur, en is dus meer dan alleen een object van afgunst.