360 Magazine | Amsterdam

Na de terroristische aanslag in Westminster is het volgens veel Britten hoog tijd dat islamitische leiders een helder tegengeluid gaan uitdragen tegen het extremisme. Zinloos zolang dat geluid niet van onderop komt, betogen anderen.

JA

Na de terroristische aanslag op Westminster riepen veel politieke, maatschappelijke en religieuze leiders op om één front te vormen. Dit verlangen naar sociale cohesie is begrijpelijk en het is lovenswaardig dat er geen beschuldigende vingers worden uitgestoken naar vreedzame moslims. Toch mogen we de religieuze aard van de radicalisering die over de hele wereld tot terreurdaden heeft geleid, niet negeren. De salafistisch-wahabistische leer die de basis vormt van het extremisme, komt voort uit een selectieve interpretatie van de islam en uit de overtuiging dat die een blauwdruk biedt voor het recht, het bestuur en de sociale orde van vandaag. Deze manier van denken heeft ertoe geleid dat leden van een huiskerk in Iran tot zweepslagen werden veroordeeld omdat ze communiewijn dronken en dat een arme boerenvrouw in Pakistan ter dood werd veroordeeld wegens blasfemie, terwijl ze alleen maar toegaf dat ze christen was. De christelijke gouverneur van Jakarta is ook van blasfemie beschuldigd omdat hij een tekst uit de Koran citeerde.

Aanhangers van andere geloven en atheïsten worden aangevallen of gevangengezet; vrouwen worden lastiggevallen vanwege ‘onkuise’ kleding of zelfs omdat ze vrij rondlopen. Ook het radicaliseringsproces moet tegen deze achtergrond worden gezien – als een steeds verder verspreid ‘geluid’ in en vanuit de islamitische wereld. Weliswaar zijn in slechts een handvol landen radicalen aan de macht gekomen, maar hun kwalijke invloed reikt ver. Dit beperkt zich niet tot de islamitische wereld.

Zo’n verklaring zal het gif halen uit een atmosfeer die te lang beheerst mocht worden door extremistische kletspraat