El Espectador | Bogotá

De massale demonstraties tegen het socialistische regime van president Nicolás Maduro houden aan in de almaar erger wordende crisis in Venezuela. Maduro klampt zich vast aan het leger, zijn voornaamste steunpilaar. Het controleert de voedselimport, beheert de mijnen en slaat de protesten neer, terwijl de regering met de armen over elkaar toekijkt.

Carlos Soublette, een Venezolaans militair, politicus en staatsman, deed in 1837 een historische uitspraak over dit land, die nu toepasselijker is dan ooit: ‘Venezuela is nooit ten onder gegaan en zal ook nooit ten onder gaan omdat een burger met de president spot. Venezuela zal ten onder gaan wanneer de president met de burgers spot.’

Na vier jaar aan de macht heeft president Nicolás Maduro door zijn lukrake beleid het land in een van de ergste economische en sociale crises van zijn geschiedenis gestort. De opvolger van Hugo Chávez is, met zijn melodramatische stijl, niet in staat gebleken tegemoet te komen aan de meest urgente behoeften van de Venezolanen. De burgers van het land moeten nu toezien hoe hij de vloer aanveegt met de staatsinstellingen, zijn politieke tegenstanders, het parlement, de rechterlijke macht, de internationale gemeenschap en met hen het volk, dat de buik vol heeft van schaarste, inflatie en geweld.

Met aantijgingen (niet één gestaafd) van internationale complotten, economische oorlogen en buitenlandse invasies (naast een wanhopige cliëntelistische strategie van sociale bijstand) is Maduro erin geslaagd zich in Miraflores, het presidentiële paleis, te verschansen. Zonder steun van de Venezolaanse strijdkrachten, die op dit moment het machtigste staatsorgaan zijn, zou hem dat nooit gelukt zijn. Er wordt sowieso getwijfeld aan zijn politieke leiderskwaliteiten.

Privileges

‘De Nationale Bolivariaanse Strijdkrachten hebben hun onvoorwaardelijke steun aan de president bevestigd,’ zei de minister van Defensie, Vladimir Padrino López, op een militaire plechtigheid bij het presidentieel paleis. Padrino López beschreef Maduro als een ‘authentieke chavistische president die door de strijdkrachten hogelijk wordt bewonderd’. De strijdkrachten noemde hij ‘radicaal anti-imperialistisch en trouw aan de socialistische leider Hugo Chávez’.

Vóór zijn dood had el comandante Chávez er door middel van allerlei privileges voor gezorgd dat het presidentschap tot in lengte van dagen verzekerd zou zijn van militaire steun. Maar het was Maduro die na zijn installatie als president letterlijk alles aan de militairen weggaf. Tegenwoordig zijn het de strijdkrachten die de import van levensmiddelen controleren, ze bezitten de ateliers waar hun uniformen worden gemaakt, ze hebben een eigen tv-zender, een bank, een autofabriek en een bouwonderneming. Dit jaar wisten ze de hand te leggen op een bedrijfstak waar ze altijd al een oogje op hadden: de olie- en mijnindustrie. Twee maanden geleden werd Camimpeg (Compañía Anónima Militar de Industrias Mineras, Petrolíferas y de Gas) een soort alternatief voor of concurrent van het staatsoliebedrijf Petróleos de Venezuela. De militairen beschikken tegenwoordig over hun eigen oliebronnen en hebben de verkoop en distributie in handen van alle producten uit hun mijnen en aardgasvelden, alsmede hun aardolieproducten. Alles gaat buiten de toezichthouders om, zoals is afgesproken met de regering.

Zes dagen na zijn beëdiging tot president gaf Maduro een impuls aan de ondernemingsdrift van de militairen. Volgens dagblad El Nacional heeft de minister van Defensie tussen juli 2013 en februari 2016 elf ondernemingen opgericht ten behoeve van de economische ontwikkeling van de strijdkrachten. ‘Acht van de in totaal elf bedrijven openden hun deuren na de afkondiging van de zogenaamde Militaire Economische Zone: de Banco de la FANB (Fuerza Armada Nacional Bolivariana), een onderneming voor landbouw- en veeteeltproducten (Agrofanb), een militaire transportonderneming (Emiltra), een telecommunicatiebedrijf (Emcofanb), een digitaal tv-kanaal (TVFanb), een investeringsfonds (Fimnp), een bouwonderneming (Construfanb) en een bedrijf voor de productie en distributie van mineraalwater (onderdeel van de industriële holding Fuerte Triuna)’, aldus het dagblad.

Daar houden de privileges nog niet op. De salarissen van de militairen worden geregeld verhoogd, ze hebben toegang tot producten en sociale voorzieningen waar maar weinig Venezolanen van kunnen profiteren, vooral niet sinds het uitbreken van de economische crisis. En de invloed van het leger gaat nog veel verder: ze hebben een militair in actieve dienst in de regering zitten, plus nog eens tien officieren buiten dienst in elf van de 32 ministeries. Volgens politiek analist Luis Vicente León was Chávez begonnen met het opnemen van militairen in de regering en is die lijn onder Maduro verder doorgezet. ‘Nu hebben we in plaats van een civiel-militaire regering eerder een militair-civiele regering,’ aldus Vicente León.