Foreign Policy | Washington D.C.

Er zijn sterke aanwijzingen dat China zijn sterke positie binnen de internationale politieorganisatie gebruikt om politieke tegenstanders te criminaliseren.

In november 2016 kwam voor het eerst een Chinees, Meng Hongwei, aan het hoofd te staan van Interpol. Dat was niet zo vreemd: China is een gerespecteerd lid van de organisatie en Meng, die eerder onderminister van Openbare Veiligheid was geweest in Beijing, werd volgens de regels gekozen. Maar Mengs benoeming wekte ook argwaan, vanwege China’s reputatie als land waar de politiek zich nadrukkelijk bemoeit met het werk van de politie – een patroon waarvan wordt gevreesd dat het zich ook zal voordoen bij het werk van Interpol.

Die sluimerende argwaan rispte recent weer op. Toen een Chinese miljardair die zich buiten China had gevestigd corruptiepraktijken in zijn vaderland dreigde te onthullen, vroeg Beijing meteen bij Interpol om een internationaal aanhoudingsbevel, en dat verzoek werd ook ingewilligd. Dat betekent dat door de intergouvernementele organisatie – een samenwerkingsverband van politiediensten uit 190 landen – officieel zijn arrestatie en uitlevering wordt gelast. De timing ervan wekt het vermoeden dat China dat puur uit politieke motieven heeft gedaan en dat Interpol de toch al steeds langere arm van de Chinese staat nog langer dreigt te maken.

Intimidatie

Guo Wengui is een charismatische vastgoedmagnaat die twee jaar geleden China verliet om zich in de VS te vestigen. In maart gaf hij twee interviews aan een vanuit Amerika opererend mediabedrijf dat in het Chinees publiceert, waarin hij stelt dat een van China’s machtigste families zich heeft verrijkt door politieke connecties om te kopen, om zo invloed te krijgen in grote bedrijven.

Guo vertelde dat hij er via zakelijke transacties achter was gekomen dat de familie van He Guoqiang, een voormalig lid van het politbureau, in het geheim een groot belang had in een van China’s grootste makelaarskantoren; hij dreigde nadere details te onthullen over de rijkdom van de familie He. Zijn beschuldigingen waren waarschijnlijk onopgemerkt gebleven als The New York Times op 15 april niet een eigen onderzoek had gepubliceerd waarin ze de belangen van het familiebedrijf van He waren nagegaan en enkele van Guo’s beweringen hadden gestaafd.

Drie dagen later vaardigde Interpol een internationaal arrestatiebevel uit tegen Guo, omdat hij smeergeld zou hebben betaald aan een voormalige Chinese topambtenaar die wordt verdacht van corruptie. Volgens anonieme bronnen die de South China Morning Post heeft gesproken, zou Beijing om dat arrestatiebevel hebben gevraagd. Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het nieuws wel bevestigd, maar maakte geen melding van betrokkenheid van het ministerie. Hij zei alleen: ‘We hebben vernomen dat Interpol een internationaal arrestatiebevel heeft uitgevaardigd met betrekking tot Guo Wengui.’

Omdat Guo tegenwoordig vanuit de VS opereert, kan de Communistische Partij van China hem niets maken, maar hij kan wel worden geïntimideerd via het eenvoudig te misbruiken systeem van Interpol. Internationale aanhoudingsbevelen zijn in wezen een manier om informatie over gezochte criminelen uit te wisselen tussen politiediensten in de aangesloten landen. Die aanhoudingsbevelen zijn juridisch niet bindend, en daar wordt in elk land op verschillende wijze – of helemaal niet – uitvoering aan gegeven.

Maar sommige landen – Rusland, landen in Centraal-Azië, Turkije, Venezuela en China – vaardigen politiek gemotiveerde aanhoudingsbevelen uit tegen dissidenten, activisten en journalisten. Zo’n bevel kan, ook als dat niet tot een arrestatie leidt, iemands reputatie beschadigen, normale financiële praktijken opeens als crimineel bestempelen en het iemand lastig maken om een gewoon leven te leiden. Voorheen weigerde Interpol om dergelijke aanhoudingsbevelen uit te vaardigen vanwege de politieke beladenheid, zoals bij de poging van de Russische overheid om de in Amerika geboren klokkenluider Bill Browder te intimideren.