African Arguments | Londen

Omdat de militaire aanpak van Boko Haram faalt, probeert de overheid in Niger een nieuwe tactiek. Strijders wordt gevraagd zich over te geven, in ruil voor re-integratie.

In het Nigerese departement Diffa, op de zuidelijke grens met Nigeria, gaf een groep van veertien mannen zich over aan de autoriteiten. De mannen zeiden dat ze voormalig Boko Haram-strijders waren en dat ze hun wapens in de rimboe hadden achtergelaten. Het nieuws van deze spontane overgave kwam vrijwel overal in het gebied als een verrassing, behalve voor de lokale autoriteiten.

Sinds eind vorig jaar hanteert Niger een nieuwe tactiek, waarbij Boko Haram-strijders via hun familieleden amnestie wordt aangeboden. De strijders wordt reïntegratie in hun gemeenschap beloofd. Tot op dat moment bestond de reactie op de wrede islamitische groepering voornamelijk uit gewapend optreden. Hiermee was enig succes geboekt. In Niger dateerde de laatste grote aanval van Boko Haram waarbij burgers omkwamen alweer van september vorig jaar. In Nigeria, waar de groepering vandaan komt, gingen de gruwelijke aanvallen, ontvoeringen en bombardementen van scholen echter onverminderd verder.

Ook voor de mensen in Diffa waren dit soort aanvallen verschrikkelijk, maar wat velen veel verontrustender vonden, was het percentage jongeren in Niger dat zich vrijwillig bij de terreurbeweging aansloot. Imams en dorpshoofden braken zich het hoofd over de vraag: wat maakt deze wreedheden zo aantrekkelijk voor onze jongeren? Tegelijk weigeren veel families en lokale leiders te accepteren dat de jongeren die zich bij Boko Haram aansluiten ook daadwerkelijk zijn geradicaliseerd.

Met deze gedachten in het achterhoofd werd vorig jaar het experimentele amnestieplan gesmeed. Lokale leiders zijn trots op hun initiatief, dat nog steeds loopt. Zoals de prefect van Maïné-Soroa tegen me zei: ‘Gouverneur Dan Dano (van Diffa) belt me elke avond om te 
vragen hoeveel Boko zich hebben overgegeven.’

Honderdvijftig deserteurs

Op basis van aantallen lijkt het amnestieplan te werken. Eind maart stond het totaal in heel Diffa op bijna honderdvijftig. De logica achter het plan is ook duidelijk. Een vergelijkbare strategie in Oeganda om overlopers uit het Verzetsleger van de Heer te lokken, bleek te leiden tot een verzwakking van die rebellen.

Ondanks het enthousiasme van de lokale leiders is niet iedereen overtuigd. Er zijn mensen die vrezen dat het beleid afleidt van de aanpak van factoren als armoede en een zwakke overheid, die op langere termijn voor jongeren reden zijn om zich aan te sluiten bij Boko Haram. Anderen vrezen dat fondsen voor andere ontwikkelingsprojecten, die voor een bredere doelgroep van nut zijn, zullen worden weggesluisd naar de rehabilitatie van voormalige strijders. Nog een belangrijk obstakel voor de amnestiestrategie is het feit dat veel lokale gemeenschappen in Niger nog niet overtuigd zijn van het idee. Ze bekijken de deserteurs met argwaan en vijandigheid.

In tegenstelling tot in Oeganda is er in Niger momenteel geen wettelijk kader voor Diffa’s amnestie-initiatief, wat betekent dat er geen officieel proces is waarmee ex-strijders de wettelijke status van deserteur met gratie kunnen krijgen. Bovendien zijn er mensen die vrezen dat de strijders die zich overgeven door Boko Haram naar voren zijn geschoven.

Dano geeft toe dat de administratieve verwerking van de overlopers tijd zal kosten, maar benadrukt dat er maatregelen zijn getroffen om het dreigingsniveau te bepalen. ‘We controleren hun verhalen, hun beweringen dat ze uit een bepaald dorp of een bepaalde familie komen. We proberen zo veel mogelijk over ze te achterhalen: wanneer ze zijn vertrokken, of er getuigen zijn van aanvallen op dorpen door deze mensen,’ zegt hij. Strijders die echt geradicaliseerd zijn zul je waarschijnlijk niet bereiken, erkent hij.

Om steun voor het initiatief te verwerven, heeft Dano samen met lokale leiders publieke optredens georganiseerd, maar de vraag is of die de bevolking zullen overtuigen. Dit zou wel eens een ernstig probleem kunnen vormen. Voor een effectieve amnestie is het nog belangrijker om de slachtoffers mee te krijgen dan de ex-strijders en ambtenaren. Verzoening met en herintreding van voormalige strijders heeft alleen een kans van slagen als gemeenschappen bereid zijn hen weer tot hun leven toe te laten.