The New Yorker | New York

Videogames die in de jaren negentig werden uitgebracht voor de Japanse spelcomputer Neo Geo, brengen tegenwoordig tienduizenden euro’s op. Wereldwijd zijn er maar vijf verzamelaars die hun collectie compleet hebben.

Zeven jaar geleden sloot Shawn McCleskey uit Memphis een van de grootste deals in zijn carrière. McCleskey is een handelaar in 
zeldzame videogames, verzamelkaarten en antieke machinegeweren, en de manier waarop deze 
transactie plaatsvond zou regelrecht uit een roman van Ludlum kunnen komen. Een man met de schuilnaam Wolf maakte 55.000 dollar naar McCleskey over en verscheen enkele dagen later op Memphis International Airport met een metalen koffertje. 
De mannen troffen elkaar in de drukke aankomsthal en begaven zich, na een korte stop in een Chinees restaurant, naar het huis van McCleskey. Daar inspecteerde Wolf zijn aankoop: twee videogames 
die in 1996 waren uitgebracht voor de Neo Geo, 
een Japanse spelcomputer. Toen hij zich van de authenticiteit en de goede staat van de games had vergewist, opende Wolf zijn koffertje, speciaal 
ontworpen voor het vervoer van de 30 centimeter lange cassettes, en borg ze daarin op. ‘Alsof het om een zakje diamanten ging,’ vertelde McCleskey me onlangs. Een van de voorwaarden voor de verkoop was dat Wolfs identiteit geheim zou blijven.

Net als de meeste dingen in de wereld worden videogames minder waard naarmate ze langer bestaan. De Neo Geo is een uitzondering op die regel, waarschijnlijk omdat de bijbehorende games voor verzamelaars de heilige drievuldigheid belichamen: kwaliteit, 
zeldzaamheid en een hoge prijs. Deze oude spelcomputer werd in 1991 door gamefabrikant SNK uit Osaka – die zijn geld vooral verdiende met machines voor arcadehallen – uitgebracht voor een verkoopprijs 
van 650 dollar (wat nu meer dan 1100 dollar zou zijn), als een soort gulle geste aan de fans. Waar andere spelcomputers van die tijd vereenvoudigde versies van de populairste arcadespellen boden, bleef de Neo Geo trouw aan zijn oorsprong, ook wat de hardware betreft. De forse gamecartridges zaten in grote plastic cassettes en kostten gemiddeld 250 dollar. Daardoor bleef de vraag beperkt en verschenen de games in kleine oplages, van soms niet meer dan een paar 
honderd stuks. (In 2003 verscheen de laatste officiële titel, Samurai Spirits Zero, al worden er door derden nog steeds nieuwe games voor het systeem geproduceerd.)

McCleskey erfde op zijn negentiende een paar ton van zijn vader. De helft daarvan belegde hij in aandelen, de rest ging op aan cartridges voor zijn Neo Geo en kaarten voor het spel Magic: The Gathering. ‘Ik woonde toen nog bij mijn moeder in het souterrain,’ zegt hij. ‘Mijn familie en vrienden zagen me heel mijn erfenis verkwisten aan videogames. Ze vonden het weggegooid geld.’ Maar de laatste jaren is zijn aandelenportefeuille enorm in waarde gedaald en 
is Neo-Geo.com, de website met webwinkel die 
hij beheert, juist steeds meer gaan opbrengen. Afgelopen voorjaar verkocht McCleskey drie cartridges voor 45.000 dollar aan iemand in Zuid-Korea. ‘De 
Neo Geo trekt verzamelaars aan omdat je, veel meer dan met munten, postzegels en strips, soms jarenlang kunt zoeken zonder iets te vinden,’ zegt hij.

Drie waardevolle Neo Geo-games: v.l.n.r. Last Blade 2, Engels ($ 5250); Metal Slug X, Engels ($ 5950); Art of ghting 3, Japans ($ 725). – © neo-geo.com