The Washington Post   | Washington D.C. 

Waarom klinkt de hedendaagse popmuziek – van Rihanna en Drake tot Lana Del Rey – toch zo zacht en gladjes? Volgens The Washington Post ligt het aan de invloed van kalmerende middelen.

Drugs en muziek. Muziek en drugs. Soms gaan ze hand in hand, in elk geval in de publieke perceptie. Als jazz zich afspeelde 
in de slagschaduw van de heroïne, rock ontsproot door lsd, discopirouetjes door cocaïne werden gevoed en ravers elkaar bepotelden na gebruik van ecstasy, klinkt Lana Del Reys recente single ‘Love’ als twee milligram Xanax, tot poeder gestampt en dwarrelend op het tropische briesje in je brein. ‘Don’t worry, baby,’ zingt ze steeds weer als de ballad teder zijn einde nadert. Haar stem wordt dieper, haar articulatie verzwakt. Het is zo’n nummer dat je kalm boven je leven uit laat zweven en dan verdwijnt.

Het is vermoedelijk dubbelop om Xanax te gebruiken als je naar Love luistert, maar in het hysterische hedendaagse Amerika – waar mensen die ontspanning zoeken ongeëvenaarde hoeveelheden pijnstillers en kalmerende middelen wegwerken – lijkt er een significant verband te bestaan tussen wat we slikken en waar we naar luisteren. Als iedereen aan de drugs is, gaat muziek steeds meer als pillenpop klinken.

Je zou kunnen zeggen dat drugs en popmuziek 
altijd een gouden combinatie hebben gevormd. Ze proberen allebei de symptomen van de tijd te verlichten. Maar een groot deel van de popmuziek van nu wil expliciet worden beluisterd in een farmacologische context. Er duiken in liedjes steeds vaker merknamen op. Vooral in de rap, waar Xanax, Percocet en andere middelen worden geprezen vanwege hun vermogen de pijn van het bestaan te verdoven.

Lana Del Rey – Love.