The Hankyoreh   | Seoel  

De nieuwe Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in werkte zich op vanuit een eenvoudig milieu en is een democraat pur sang. Een profiel van het linkse dagblad The Hankyoreh.

Hij komt uit een arm milieu, studeerde aan een weinig prestigieuze universiteit, voerde actie tegen dictatoriale leiders, werkte als mensenrechtenadvocaat in de provincie en was een van de weinigen die Kim Dae-jung [president van 1998 tot 2003] steunde in de provincie Gyeongsangnam-do [een zuidoostelijke, traditioneel rechtse streek in Zuid-Korea]. De loopbaan van Moon Jae-in, nu gekozen tot de negentiende president van de Republiek Korea, laat zien dat hij niet tot de dominante stroming van het land behoort.

Moon werd in 1953 geboren in Geoje 
in de provincie Gyeongsangnam-do. Hij komt uit een vluchtelingengezin en is de oudste van twee jongens en drie meisjes [zijn Noord-Koreaanse ouders vluchtten in 1950 de grens over, midden in de Korea-oorlog]. Hij groeit op 
in armoede, maar dit leidt bij hem niet tot schaamte, maar juist tot empathie met de gewone mensen, hun lijden en de onrechtvaardigheid die ze te verduren hebben.

Als rechtenstudent aan de universiteit van Kyung Hee in Seoel, waar hij in 1972 ondanks de financiële problemen van zijn ouders naartoe kan, bereidt 
hij zich niet zoals zijn vrienden voor 
op het rechtenexamen, maar voert 
hij actie tegen de dictatuur [van Park Chung-hee, president van 1962 tot 1979]. In 1975 wordt hij bij een demonstratie gearresteerd en na zijn vrijlating gemobiliseerd en ingedeeld bij de speciale strijdkrachten van het leger. Hij is soldaat tegen wil en dank, maar blinkt toch uit en wordt zelfs onderscheiden. Dat kan hij later inbrengen tegen de bewering dat hij ‘het Noorden gunstig gezind’ is, een etiket dat hem gedurende zijn hele politieke carrière in de oppositie wordt opgeplakt. 
[Meteen na de inauguratieceremonie op 10 mei verklaarde Moon zich bereid af te reizen naar Washington, Beijing, Tokio en zelfs Pyongyang, wat in overeenstemming is met zijn tijdens de campagne uitgesproken wens voor een politiek van meer openheid ten aanzien van Noord-Korea.]

In 1978, na zijn militaire dienst, wil Moon Jae-in zijn studie graag weer oppakken, maar doordat hij nu een strafblad heeft, is dat onmogelijk geworden. Werk vinden kost nog meer moeite. Dat hij toch aan een opleiding tot advocaat begint, komt doordat hij na de plotselinge dood van zijn vader spijt heeft dat hij niet aan diens verwachtingen heeft voldaan. Hij behaalt prima resultaten, maar rechter zal hij na zijn activistenverleden nooit worden.

Hij zegt de president van alle Koreanen te willen zijn die een eind wil maken aan de grote verdeeldheid tussen links en rechts en aan de vijandigheid tussen bepaalde regio’s