African Arguments | Londen

‘Tipgeld’ voor klokkenluiders zou een einde moeten maken aan Nigeria’s grootste kwaal: corruptie. Maar zolang het rechtssysteem en de grondwet niet worden gewijzigd, blijft het volgens Ayo Sogunro dweilen met de kraan open.

Binnen een paar maanden is in Nigeria naar verluidt een slordige 17 miljard naira [48,5 miljoen euro] aan verduisterd geld in beslag genomen dankzij het nieuwe tipgeversbeleid dat president Muhammadu Buhari eind vorig jaar heeft ingevoerd. Dat beleid houdt in dat burgers financiële misdrijven of verdachte economische activiteiten anoniem kunnen melden. Indien de tip vruchten afwerpt, krijgt de tipgever 2,5 tot 5 procent van het opgespoorde geld.

Het ‘klokkenluidersinitiatief’ heeft geleid tot duizenden tips en een aantal grote invallen. Zo werd in februari een bedrag van 9,8 miljoen dollar in beslag genomen dat was aangetroffen in een pand van Andrew Yakubu, oud-topman van het Nigeriaanse staatsoliebedrijf NNPC. In april werd na een tip 43 miljoen dollar ontdekt in een appartement in Lagos.

Door deze spectaculaire vangsten oogst de ‘oorlog tegen corruptie’ van de Commissie voor Economische en Financiële Misdrijven (EFCC) veel lof. Hoewel dit optimisme begrijpelijk is in een land waar op grote schaal wordt gefraudeerd en geld in verkeerde zakken verdwijnt, kan het tipgeversbeleid helaas geen einde maken aan het Nigeriaanse probleem met corruptie. Het behaalde succes is absoluut positief, maar een van de tekortkomingen van het initiatief is dat het niet wettelijk wordt 
ondersteund – en dat wordt ook ruiterlijk toegegeven door de minister van Financiën.

Strafrechtsysteem

Het probleem is dat de effectiviteit van beleidsmaatregelen in Nigeria afhankelijk is van degenen die het beleid uitvoeren. Dit betekent dat een nieuwe regering – of zelfs een onwillige functionaris onder de zittende regering – het tipgeversbeleid gemakkelijk kan ondermijnen. Wil het op de lange termijn iets wezenlijks kunnen uitrichten, dan moet er wetgeving komen met duidelijke richtlijnen en beschermingsmaatregelen die gelden voor het hele strafrechtsysteem.

Maar zelfs met nieuwe wetten zal het effect van het tipgeversbeleid beperkt blijven. Corruptiebestrijding in Nigeria wordt namelijk bemoeilijkt door twee onderliggende problemen. Het eerste 
is het ontbreken van onafhankelijke instellingen die zonder politieke inmenging functioneren, en het gebrek aan politieke wil om zulke instellingen op te zetten. In geval van de financiële waakhond EFFC bijvoorbeeld kan de president de commissieleden ‘te allen tijde’ ontslaan indien hij dat ‘in het 
algemeen belang’ acht. Onder zo’n constructie, waarbij de commissie gebonden is aan de goedkeuring van de president, kan zij niet echt onafhankelijk opereren. En zo is de EFCC in haar veertienjarig bestaan verworden tot een politiek instrument dat kleine fraude en tegenstanders van de zittende regering aanpakt, in plaats van op te treden als onafhankelijke waakhond.

Buhari won de verkiezingen in 2015 met de belofte de wijdverbreide corruptie uit te roeien. Maar om deze bij de wortel aan te kunnen pakken, moeten hervormingen worden doorgevoerd die de aanstelling en de onafhankelijke positie van commissieleden waarborgen. Dit vereist wijzigingen in de grondwet die een einde maken aan de discretionaire bevoegdheden van de regering – een erfenis van het koloniale en militaire bewind. Daarbij moet de opsporings- en politiecapaciteit worden uitgebreid, een team van goed opgeleide officieren van justitie worden samengesteld, en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de rechtstaat worden vergroot.

Het tipgeversbeleid doet niets op dat vlak. Er worden weliswaar een paar dieven in de kraag gevat, maar het levert geen noemenswaardige bijdrage aan de institutionalisering van het strafrechtsysteem.