New Statesman  | Londen

In 1987 maakte hij als 25-jarige furore met de hits Sign Your Name en Wishing Well. Van zijn debuutalbum verkocht hij een miljoen exemplaren in drie dagen. Hij was beeldschoon, geniaal en had een unieke stem, alsof poprecensenten hem zelf bedacht en in elkaar geschroefd hadden. Sinds 2001 heet hij Sananda Maitreya, woont in Italië en componeert ‘warmbruine psychedelische wonderen’.

Stel je voor: je bent 25 en van je debuutalbum met perfect gepolijste soul-pop-rock-funk gaan in de eerste drie dagen al een miljoen exemplaren over de toonbank. Het album levert drie top-10-nummers op, talloze platinaplaten en een Grammy, waarmee je in één klap bent beland tussen de grote sterren van de jaren tachtig, die je zo bewondert. De poprecensenten zijn door het dolle: er wordt geschreven dat je de stem van Sam Cooke combineert met de bewegingen van James Brown en de louche aantrekkingskracht van Jimi Hendrix. Je wordt geholpen door Springsteen, Leonard Cohen en Pete Townshend; je zit uren aan de telefoon met Prince en je zingt mee op platen van Brian Wilson. Je ontmoet zelfs je held Mohammed Ali en maakt je zijn motto eigen: ‘Als je maar vaak genoeg en hard genoeg zegt dat je geweldig bent, zal men het uiteindelijk gaan geloven.’ Mocht er dan toch nog iemand twijfelen aan je grootheid, dan trek je een parallel tussen jouw levensloop en die van Martin Luther King.

Op een ochtend, na een van je zes uur durende nachtelijke interviews, gehuld in wierook, vraagt een journalist hoe het verder moet als je volgende album het succes van je debuutalbum niet zal weten te evenaren. Je zit voor de verandering even om woorden verlegen. ‘Je kunt net zo goed vragen hoe het verder moet als mijn lul er ineens af valt…’

Instructies

De man die de hotellobby in Milaan binnenkomt lijkt zo te zijn weggelopen uit een modereportage – een sjaal over zijn dreadlocks gedrapeerd en een tweede sjaal losjes om zijn nek geslagen. Hij straalt een innerlijke energie uit, als een van die broze sterren die niet de aandacht op zich willen vestigen maar daar niet aan ontkomen: de snit van de kleding, de grote zonnebril met blauwe glazen.

Voorafgaand aan mijn gesprek met Sananda Maitreya heb ik een aantal instructies gekregen. 1. Wees zo goed niet de naam Terence Trent D’Arby te laten vallen, aangezien dat pijnlijk voor hem is. 2. Wees zo goed niet de vergelijking te trekken met Prince waar het gaat over zijn naamsverandering in 1995, na een serie dromen. 3. Wees zo goed hem geen vragen te stellen in de trant van: ‘Welke nummers van uw nieuwe album Rise of the Zugebrian Time Lords lijken u geschikt om als single uit te brengen?’

Het hotel ligt naast de grote kathedraal, de Dom van Milaan, waar Maitreya (voorheen Darby) zijn Italiaanse vrouw, de architecte en voormalige tv-presentatrice Francesca Francone ten huwelijk heeft gevraagd. Dat was enkele jaren terug, tijdens een katholieke mis. We gaan naar de vijfde verdieping, waar alles net niet helemaal lekker loopt: de kamer is te warm; hij bestelt een whisky en een cola maar kan dan geen flesopener vinden; wanneer we er uiteindelijk toch eentje hebben gevonden blijkt het een onding. Als hij uiteindelijk een lange, geruststellende slok neemt, zegt hij: ‘Ik heb het gevoel alsof ik een afspraakje heb terwijl ik al vijfentwintig jaar getrouwd ben. Ik weet niet meer hoe dit moet.’

Zachtjes zegt hij: ‘Een van de dingen met Italianen is dat je moet zorgen dat ze niet in je hoofd kruipen. Ze zijn nieuwsgierig. Engelsen en Duitsers zijn net een roedel honden; Italianen zijn katten. Ze zijn heel behulpzaam, maar het moet wel op hun manier, in hun tempo. Daar kun je echt gek van worden.’