The Guardian | Londen

Caesar, een Syrische militaire fotograaf, smokkelde schokkend bewijsmateriaal uit de kerkers van Bashar al-Assad waar duizenden burgers werden gemarteld en vermoord. Alles werd methodisch in kaart gebracht en gefotografeerd. Door onder andere Caesar. Hij vertelde zijn aangrijpende verhaal voor het eerst aan The Guardian.

Twee jaar lang, tussen 2011 en 2013, heeft de voormalige Syrische militaire fotograaf die bekend is geworden onder de naam Caesar, met behulp van een politiecomputer duizenden foto’s gekopieerd van gedetineerden die in de gevangenissen van Bashar al-Assad dood werden gemarteld. In de pers zijn talloze verhalen verschenen over de man die erin was geslaagd om verbijsterend bewijsmateriaal van misdaden tegen de menselijkheid het land uit te smokkelen – met gevaar voor eigen leven en dat van zijn familie – maar hij was nog nooit geïnterviewd.

Twee jaar lang maakte deze man maand in, maand uit foto’s van gemartelde, uitgemergelde en verbrande lichamen. Zijn opdracht was om de lijken te fotograferen zodat de foto’s bij het dossier van de gevangene konden worden gevoegd. Daarna kopieerde hij deze foto’s in het geheim en zette ze op usb-sticks, smokkelde die verstopt in zijn schoen of zijn riem zijn kantoor uit en gaf ze aan een vriend die ze het land uit kon krijgen.

De terroristen van IS tonen hun wreedheden pontificaal in de sociale media; de Syrische staat verbergt zijn wandaden in de stilte van zijn kerkers. Voordat Caesar hiermee begon, had niemand van binnenuit bewijzen geleverd van het bestaan van de Syrische moordmachine. Maar deze foto’s en documenten waren vernietigend.