Etiqueta Negra | Lima

De aardappel komt uit Peru, laat daar geen misverstand over bestaan. Er zijn duizenden soorten, en ze hebben allemaal een eigen naam. Ze zijn gezond, goed tegen de honger en trotseren vorst, hagel en droogte. Boer Julio Hancco, alias El Señor de las Papas uit Cuzco, Peru, teelt driehonderd soorten. Alsof het zijn zonen zijn.

Julio Hancco teelt driehonderd aardappelsoorten en hij kent ze allemaal bij naam: schoondochtersverdriet, rode zwijnenpruim, koeienhoorn, opgelapte muts, harde slof, neus van de zwarte lama, varkensei, caviafoetus, babyvoer om van de borst te komen. Dit zijn geen Latijnse namen, maar namen die de boeren geven om de aardappel op zijn uiterlijk, smaak, karakter en relatie met andere dingen in te delen. Bijna alle aardappelsoorten die Hancco in de Andes, in zijn geboortestreek Cuzco, op ruim 4000 meter hoogte teelt hebben inmiddels een naam. Maar soms is er een nieuwe soort of is eentje met de tijd zijn identiteit kwijtgeraakt, en dan mag El Señor de las Papas, de Heer van de Aardappels, een naam verzinnen.

Met de ‘puka Ambrosio’ – puka is ‘rood’ in het Quechua – bewees hij eer aan zijn neef Ambrosio Huahuasonqo, die door een val van een brug om het leven kwam. De naam in het Quechua geeft zijn karakter goed weer: huahuasonqo betekent ‘kinderhart’. Hancco baseerde zich op de Griekse naam Ambrosios om hem te typeren, zijn neef is ‘onsterfelijk’ voor hem. De puka Ambrosio is langwerpig, zacht, een beetje zoet en lichtgeel van binnen met in de kern een rode kring. Het is een van de favorieten van Julio Hancco, een boer die alleen Quechua spreekt, ondanks zijn Latijnse voornaam (Julius betekent ‘met sterke wortels’).

In zijn huis, vlak na de oogst op een middag in de lente van 2014, tilt hij een hand op die zo groot en rimpelig is als de schors van een boom en wijst naar een bord op tafel. ‘Als een zoon,’ zegt hij. ‘De aardappel is als een zoon.’

Aardappeloogst in de Andes. © Thomas O'Neill