The Guardian – Londen

Al toen ze 19 was, had Emer een vriendje én een vriendinnetje. Pas later leerde ze wat ze is: polyamoreus. Samen met haar vrienden getuigt ze over haar ervaringen.

Op de verjaardag van een vriend, vorig jaar zomer, kwam een man naast me zitten die vertelde dat hij had gehoord dat ik polyamoreus was en dat hij daar graag met me over wilde praten. Hij legde uit dat hij ook poly aangelegd was maar dat zijn partner daar nooit in zou meegaan: daarom bedroog hij haar. Ik vroeg of hij had geprobeerd met haar een gesprek te voeren over het soort relatie dat hij eigenlijk wilde. Nee. Dat kon hij niet. Zijn partner was te traditioneel, te 
conservatief. Ik vroeg hoe hij het zou vinden als zij iets zou krijgen met een ander. Dat was een hypothetische kwestie – dat zou ze gewoon nooit doen. Lieve help. Polyamorie wordt meestal omschreven als ethisch verantwoorde non-monogamie – dat wil zeggen, non-monogamie met medeweten en toestemming van alle betrokkenen. Maar dat kun je op oneindig veel manieren interpreteren. Welke ethiek? Voor welke handelingen is toestemming nodig? Wat willen of moeten we precies weten?

Interessante vraag

Het is niet altijd eenvoudig om te zeggen wat polyamorie nu precies is, maar wel wat polyamorie niet is. Polyamorie is geen overspel. Het is geen bedrog. Het is geen minachting van de afspraken die je hebt gemaakt met degenen van wie je houdt. En het is zeker niet de bedoeling dat je de monogamisten in de hoek zet van mensen die alleen maar klakkeloos de traditie volgen of emotioneel minder ontwikkeld zijn dan jij. Ondanks de ongelukkige poging van die bovengenoemde man om polyamorie te gebruiken als excuus voor de slechte behandeling van zijn vriendin, wierp dat gesprek wel een interessante vraag op. Zijn sommige mensen ‘polyamoreus aangelegd’ terwijl anderen fundamenteel monogaam zijn? Is polyamorie een identiteit of alleen gedrag?
Als hoogopgeleide die te veel Judith Butler heeft gelezen [Amerikaanse 
filosofe en feministe, auteur van verschillende boeken over gender], neig ik ertoe om gedrag en identiteit in één adem te noemen. Volgens mij wordt ons gedrag in de loop van de tijd onze identiteit. Er is niet zoiets als ‘diep vanbinnen’, er is niet zoiets als ‘aanleg’: als je voortdurend onaardig doet, ben je onaardig, als je aardig doet, ben je aardig.
Volgens deze theorie over identiteit heeft iedereen de mogelijkheid in zich om monogaam of polyamoreus te zijn. Maar gegeven het feit dat monogamie sociaal geaccepteerd is terwijl er veel argwaan en afkeuring bestaat omtrent polyamorie, is het interessant dat er überhaupt nog iemand poly is of zich zo gedraagt. Wellicht heeft polyamorie net als seksuele voorkeur een genetische component. In ieder geval voelen sommige mensen zich meer aangetrokken tot polyamorie dan anderen, of het nu door levenservaring, biologische aanleg of beide is. Het begin van mijn amoureuze leven werd gekenmerkt door seriële monogamie, zoals bij zovelen. 
Op mijn negentiende had ik al vier ‘serieuze’ relaties achter de rug, van tussen de zes en achttien maanden, 
en telkens weer was ik er heilig van overtuigd de enige ware liefde gevonden te hebben.
In die tijd beleefde ik echter ook een polyperiode. Ik had er geen woord voor, maar een tijdje had ik iets met twee mensen die dat van elkaar wisten en die er vrede mee leken te hebben. ‘Emer heeft een vriendje en een vriendinnetje!’ plaagden mijn vrienden me, opmerkelijk relaxed over mijn zonderlinge polyamorie in een Iers stadje waar de meeste mensen onmiddellijk zouden zeggen dat de duivel uit me gedreven moest worden. Terugkijkend zou ik willen dat ik er wel een woord voor had gehad. En wat literatuur erover, een exemplaar van What Does Polyamory Look Like? of een internetstrip over polyamorie zoals Kimchi Cuddles. Ik beschikte niet over de middelen om er op een liefdevolle, respectvolle manier over te praten en me ook op die manier te gedragen, om polyamorie recht te doen. Niet gek dat ik er een zootje van maakte. Net zoals bij een monogame relatie moet er aan een polyrelatie gewerkt worden. Maar misschien anders dan bij monogamie is het handig om wat theoretische informatie te hebben. Je kan niet gewoon de patronen volgen die je om je heen ziet. Dat werpt nog een andere vraag op: waarom komt polyamorie steeds vaker voor? Als er zoveel over gepraat moet worden en 
als je dan iets bereikt hebt wat werkt voor jou en je geliefden maar wat voortdurend wordt veroordeeld door 
de buitenwereld, waarom zou je er dan in vredesnaam aan beginnen?
Ik probeer niemand te bekeren. En ik weet dat wanneer ik het heb over de potentiële voordelen van polyamorie, dat vaak wordt opgevat als een aanval op monogamie: alsof de uitspraak ‘Polyamoreuze mensen doen hun uiterste best om de negatieve emotie jaloezie uit te schakelen’ eigenlijk 
betekent ‘alle monogame mensen zijn jaloerse klootzakken’.
Toch is een voor de hand liggend antwoord op de vraag ‘Waarom polyamorie?’ dat het voordelen biedt die monogamie niet heeft (net zoals monogamie voordelen biedt die polyamorie niet heeft). Het werken aan onvoorwaardelijke eerlijkheid en aan je emoties stimuleert de ontwikkeling van je zelfkennis, zelfvertrouwen en compassie. Ik zeg niet dat een dergelijke intimiteit niet in een monogame relatie bereikt kan worden, alleen dat veel polymensen vinden dat de nadruk op een eerlijke en open emotionele communicatie duidelijk verschilt van hun eerdere ervaringen.