De Chinese sociologe 
Li Yinhe (63) probeert haar landgenoten te bevrijden van hun preutsheid. 
Dat lijkt aardig te lukken.

Een van haar laatste artikelen heet: ‘Hoe je werk vermijdt en beter kunstwerken kunt gaan maken’. Het grootste kunstwerk van allemaal natuurlijk: je eigen leven. Want mevrouw de professor doceert niet, mevrouw de professor leeft. Het gaat erom de mensen de ogen te openen, juist voor het vanzelfsprekende, voor wat ze niet meer zien. De 63-jarige Li Yinhe, woonplaats Beijing, voedt in zekere zin een heel volk op. Ze laat de Chinezen zien hoe je ook tegen seks kunt aankijken en tegen het leven in het algemeen. Hierbij moet ze niet alleen opboksen tegen zes decennia communistische moraal, maar ook tegen de tweeënhalfduizend jaar daarvoor. 
Li Yinhe onderwijst door zichzelf als voorbeeld te nemen. Dat heeft ook als voordeel dat ze na alle inspanningen in elk geval zichzelf heeft gered. Hoewel je het nauwelijks inspanningen kunt noemen als je er lol in hebt.
Inzicht nummer één is dus: de mens is vrijer dan hij denkt. Hij mag dan geboren zijn in de ketenen van de familie, van de maatschappij, maar wat weerhoudt hem er als volwassene eigenlijk van deze af te schudden, vandaag nog, op dit moment?
Li Yinhe kijkt op: ‘Niets’.
Inzicht nummer twee: als god niet be-staat en het leven geen zin heeft, dan kun je het ook aan de liefde wijden, en elke ademtocht aan het genieten van woeste schoonheid. Doe wat je leuk vindt. Stort je in het avontuur. En ja, zegt Li Yinhe, dat kan ook in China.
Inzicht nummer drie: een man en een vrouw, goed. Ook goed: een man en een man. Een vrouw en een vrouw. Of twee mannen en twee vrouwen. Of een vrouw en een man die vroeger een vrouw was.

Opboksen tegen zes decennia communistische moraal