Jeune Afrique  | Parijs 

Afrikaanse leiders worden vaak bekritiseerd om hun hoge leeftijd. Maar is het echte probleem niet dat ze te lang blijven regeren?

Toen de 73-jarige Ronald Reagan zich in 1984 kandideerde voor een tweede presidentstermijn, verklaarde hij: ‘Leeftijd speelt voor mij geen rol: ik zal de jeugdigheid en onervarenheid van mijn opponenten niet uitbuiten voor politiek gewin.’ Met deze handige omdraaiing maakte de Republikeinse politicus van zijn hoge leeftijd – in principe zijn zwakke plek – juist zijn kracht. De voormalig acteur werd herkozen. Dertig jaar later vormt de leeftijd van Hillary Clinton – 69 jaar oud tegen de tijd dat ze zal moeten aantreden – opnieuw onderwerp van discussie. Kan iemand vanaf een bepaalde leeftijd nog wel regeren? Bij opiniepeilingen over dit thema hangt het antwoord veelal af van de politieke voorkeur van de ondervraagde: Democraten die eerst Reagan te oud vonden, geven nu ontwijkend antwoord op de vraag of het aantal lentes van Clinton een probleem vormt of niet. De kiezer denkt er schijnbaar pragmatisch over. 
Ook Afrika ontsnapt niet aan deze polemiek. De lawine aan commentaren die de benoeming van de negentiger Robert Mugabe als hoofd van de Afrikaanse Unie losmaakte, was te voorzien. ‘Mugabe is te oud om zich nog te kunnen concentreren,’ reageerde de Zuid-Afrikaanse politicoloog William Gumede. Sowieso hoor je vaak dat er op het 
continent wel erg veel oude despoten al decennialang aan de macht zijn.

De leeftijd van de leiders ligt nauwelijks boven het wereldwijde gemiddelde