Guernica  | New York  

Onder de zwarte bevolking van New Orleans leeft veel wrok over de reactie van de autoriteiten op Katrina en de veranderingen die de stad sindsdien heeft ondergaan. Kunstenaars vertolken deze gevoelens van onvrede, en proberen de lokale tradities in ere te houden.

New Orleans is een stad die onuitwisbaar getekend is door blanke suprematie. Reusachtige monumenten gewijd aan ‘helden’ van de Geconfedereerden, zoals Robert E. Lee, Jefferson Davis 
en P.G.T. Beauregard, zijn zowel geestelijk als geografisch lelijke littekens in de stad. Maar New Orleans is ook een zwarte stad. Een plek waar een cultuur van verzet is ontstaan tegenover de blanke minderheidsklasse. De tradities van de stad vinden hun oorsprong in de diaspora van Afrikanen die elkaar ontmoetten op Congo Square en daar kunst en magie uitwisselden, en in de oorspronkelijke indiaanse bevolking die in Louisiana leefde voordat het een kolonie werd. Deze ontmoeting en uitwisseling van Afrikaanse en indiaanse volkeren vormt de kern van de cultuur van het New Orleans dat ik ken.
In 1977 werd Ernest ‘Dutch’ Morial tot burgemeester van New Orleans gekozen en daarmee werd een tijdperk van zwarte burgemeesters ingeluid dat tot 2010 zou duren, toen Mitch Landrieu aan de macht kwam. Landrieu, de eerste blanke burgemeester in dertig jaar, werd in 2014 herkozen voor een tweede termijn. De bevolking van de stad was radicaal veranderd. De orkaan Katrina, die duizenden mensen het leven had gekost, had ook gezorgd voor de gedwongen verhuizing van zwarte inwoners. De zwaar getroffen ‘Ninth Ward’ zag in de eerste tien jaar na Katrina zijn zwarte bevolking met 50 procent afnemen, terwijl in dezelfde buurt de blanke bevolking met meer dan 20 procent toenam.

Tien jaar na Katrina, een ongelijk herstel