Rudaw  | Erbil

De moord op twee politieagenten heeft het conflict tussen Turkije en de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) flink doen oplaaien. De terugtrekking van de PKK naar Iraaks grondgebied is uitgesteld. ‘Laat ze toch stikken,’ zegt de vice-premier over de wet die dat proces zou begeleiden.

Ankara heeft de wapens weer opgepakt tegen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Volgens de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (APK) zijn de arrestaties van PKK-verdachten en de bombardementen op bases van die partij een geval van gerechtvaardigde zelfverdediging. Het bestempelt de Koerdische groepering als terroristisch, niet anders dan Islamitische Staat. Reden daarvoor zou zijn de moord in juli op twee Turkse politieagenten. De PKK eiste de aanslag op met als motief 
dat de agenten zouden hebben samengewerkt met de zelfmoordterrorist van Suruç [een Turkse plaats aan de Syrische grens], maar trok die verklaring later weer in.

Wat als deze twee politiemensen 
inderdaad de terrorist hebben bijgestaan die op 20 juli in Suruç 32 Koerdische militanten vermoordde?

Wat doen de rechter, de aanklager en de gouverneur? Kijken die weg?