Los Angeles Times | Los Angeles & Le Temps | Lausanne

Het uitzenden van de beelden van twee Amerikaanse tv-journalisten die tijdens een live-uitzending werden vermoord, verdeelt de journalistieke wereld. Dient het verspreiden van dit soort gruwelijke beelden een doel?

Ja

Op 26 augustus werden presentatrice Alison Parker en cameraman Adam Ward tijdens een live-interview op televisiezender WDBJ-TV doodgeschoten. Binnen een uur stonden de beelden van de moord op YouTube. Al gauw bleek dat de verdachte van de schietpartij – Vester Flanagan, een voormalig verslaggever van WDBJ – de moord had gefilmd en op Facebook had gezet. Later pleegde hij zelfmoord. Zijn Facebookaccount werd snel geblokkeerd en YouTube verwijderde de video’s. De schokkende beelden doken echter overal weer op, wat weer aanleiding gaf tot een al even wijdverbreide Don’t Watch-campagne. Door de beelden te bekijken of te delen, doe je volgens velen – in het beste geval – mee aan een dolgedraaide mediacultuur, waarin mensen letterlijk alles doen om op tv te komen. In het slechtste geval ben je medeplichtig aan de moord. Hoe dan ook zou, als je naar de tragische beelden van de dubbele moord keek, Flanagan op de een of andere manier ‘winnen’. Alsof Flanagan vooraf onze reacties op zijn misdaad kon bepalen. Alsof nieuws altijd keurig netjes moet blijven. Alsof een medium aangerekend kan worden dat gestoorde types het voor hun eigen misselijke doeleinden gebruiken. Natuurlijk is moord geen amusement; het is moeilijk voorstelbaar dat iemand deze beelden zou bekijken omdat hij dat leuk vindt. We willen zien wat er gebeurd is. We kijken ernaar omdat een gebeurtenis nooit naverteld kan worden met dezelfde kracht en precisie die videobeelden wel hebben. We kijken ernaar om te beseffen dat onze eigen werkelijkheid een deel van een veel grotere werkelijkheid is. Het bekijken of delen van beelden is niet hetzelfde als het toejuichen van hetgeen ze laten zien. Er is een heel goede reden om naar deze beelden te kijken: dat doen we om niet te vergeten dat Alison Parker en Adam Ward, net als veel anderen in dit land, vermoord werden zonder reden. Hun dood doet ons opnieuw beseffen dat elke daad van geweld, elke moordpartij, een moment van waanzin is. Net zoals de beelden van politiegeweld tegen zwarte Amerikanen onlangs aanleiding gaven tot protesten en onderzoeken, zo moeten ook de tragische laatste minuten van deze levens tot serieuze gesprekken en gebeden aanleiding geven. Over wapens en geestesziekte, over veiligheid op de werkvloer en over alle andere thema’s die zich nog voor zullen doen naarmate deze geschiedenis zich verder ontrolt. Niet alles wat op televisie of op sociale media te zien is, is bedoeld voor ons plezier. Wanneer er iets onaanvaardbaars gebeurt als dit, moeten alle ogen erop gericht zijn. Als we te angstig zijn om geweld onder ogen te zien, of te zeer ongerust dat ons afgrijzen het in de hand zou kunnen werken, dan weten we dat de barbaren hebben gewonnen.

Mary McNamara

Mary McNamara is de televisiecriticus van de Los Angeles Times. Ze won in 2015 een Pulitzer Prize voor haar werk, en werd in 2013 en 2014 voor de prijs genomineerd.

Nee

Nee, stervende mensen laten we niet live zien op het tvjournaal. Maar onze terughoudendheid bij het uitzenden van gewelddadige beelden of criminele daden wordt niet altijd goed begrepen. We worden er zelfs wel eens van beschuldigd de daders in plaats van de slachtoffers te willen beschermen. En het is inderdaad niet altijd even makkelijk om de grens te trekken tussen het belangwekkende en het sensationele, tussen het gevaar van manipulatie en een noodzakelijke berichtgeving over een tragedie. De grenzen die wij onszelf hierin opleggen, vloeien voort uit deontologische principes en uit een minimum aan verstandigheid. In principe begint dat met volgende vraag: is er een publiek doel mee gediend, wat is de informatieve meerwaarde van de beslissing om iets te tonen? De mediageschiedenis is geplaveid met betreurenswaardige keuzes, gemaakt in het vuur van het moment.

Door beelden van geweld uit te zenden trap je vaak in een val. De Islamitische Staat is het schoolvoorbeeld van een organisatie die als deel van haar strategie terroristische daden doelbewust in de media brengt. De onthoofding van gijzelaars in Syrië is overduidelijk bedoeld om het Westen schrik aan te jagen. Te vaak zijn media er ‘medeplichtig’ aan dat de groepering hierin haar doel bereikt.

Nu het internet zowat bezwijkt onder de beelden, wordt het televisienieuws door sommige critici gemaand om met zijn tijd mee te gaan en onmiddellijk alles maar te tonen. Deze dinosaurus van het medialandschap zou uit de onuitputtelijke bron van het internet moeten putten en laten zien wat er in de werkelijke wereld gebeurt. De buzz op het internet volgen, een beetje leven blazen in dat duffe journaal. Alles door elkaar heen: live schietpartijen op j ournalisten, met een mobiele telefoon gefilmde inbraken, moorden via GoPro, het zou allemaal op het nieuws getoond moeten worden.

Aan dit dictaat weigeren wij te gehoorzamen. In de eerste plaats om niet te zwichten voor verlekkerd voyeurisme en gemakzuchtige sensatiezucht. Ten tweede omdat wij vinden dat een nieuwsprogramma op een publieke zender tegenwoordig juist van waarde is als het de keuze maakt tussen wat er belangrijk is en wat anekdotisch, in de beeldenvloed waarmee we worden overspoeld. Vaak is een krachtig beeld natuurlijk essentieel om goed te kunnen analyseren, tonen en bewijzen wat er gebeurd is. Soms is het zelfs nodig om extreem geweld te laten zien, als aanklacht, om te laten zien hoe onacceptabel iets is. Maar hierin is grote terughoudendheid een vereiste.

Bernard Rappaz

Bernard Rappaz is een bekende Zwitserse tv-journalist.Hij werkte als correspondent voor Télévision Suisse Romande in de VS, en is tegenwoordig chef nieuws voor de zender.