Süddeutsche Zeitung  | München

Nadat München de Isar jarenlang de rug toekeerde, heeft de Beierse hoofdstad de rivier herontdekt. Ze is bevrijd uit haar cementen keurslijf, en stroomt weer vrijuit als vanouds. Het resultaat is groots, zo vindt vrijwel iedereen in deze zeldzaam ontspannen miljoenenstad.

In de vroege morgen staat een man eenzaam in de rivier. Het is zo stil dat je de kiezels onder zijn voeten kunt horen knerpen. Helder water omspoelt zijn enkels. Als de zon een schilder was, dan zou je hem dringend adviseren niet ook nog overal fonkelingen aan te brengen, vanwege het grote gevaar van kitsch dat op de loer ligt. Maar de zon neemt geen raadgevingen aan.

De man zwaait met zijn hengel, de lijn beschrijft precieze cirkels in de lucht. Dan landt het vederlichte, kleurige aas, door kenners ‘vlieg’ genoemd, zachtjes op het water in de buurt van een met mos begroeide boomstronk, waar – dat kun je zelfs van boven zien – drie barbelen vin aan vin de stroming trotseren. Je zou nu je mobieltje kunnen pakken om dit plaatje vast te leggen en later te vertellen hoe heerlijk het in de Alpen was, bij die eenzame vliegvisser in die fonkelende bergbeek. Maar dat zou natuurlijk een leugen zijn. Je hoeft je maar even om te draaien om het verkeer over de Wittelsbacherbrücke te zien razen, waarna de vraag zich opdringt hoe al dat stadslawaai in de afgelopen minuten aan je voorbij is gegaan. Surfer Wolfrik Fischer, die zich een paar kilometer stroomopwaarts gewoonlijk niet in maar op het water bevindt, zou zeggen: ‘Dat doet de Isar met haar ongehoorde kracht.’

De wereld beleeft momenteel een renaissance van de rivieren