Ha’aretz  | Tel Aviv 

Premier Haider al-Abadi is een offensief begonnen tegen de omkopingspraktijken in zijn land, die ervoor zorgden dat IS ongestoord kon oprukken.

Half augustus steeg de temperatuur in Bagdad tot 49 graden Celsius. Niemand keek ervan op, Irakezen zijn gewend aan hittegolven. Al hadden ze, dertien jaar na 
de val van Saddam Hoessein, toch 
wel verwacht dat hun olierijke land genoeg stroom zou hebben om hun airco’s draaiende te kunnen houden.

In 2003 zag ik tijdens een verblijf in Bagdad handelaren met bergen airco’s en schotelantennes op het trottoir staan. Waarom zou je een airco kopen als er geen elektriciteit is, vroeg ik. ‘De mensen kijken vooruit,’ zei een winkelier tegen me. ‘Binnenkort is er weer stroom en dan zal de prijs van airco’s stijgen. Wie er nu alvast eentje koopt, zal straks veel geld kunnen uitsparen.’ Dat klonk reëel. Maar de realiteit in Bagdad is een verhaal op zich.

Toen de Iraakse premier Haider al-Abadi onlangs een bezoek bracht aan de zuidelijke oliestaat Basra, bleken daar duizenden demonstranten op de been te zijn. Ze eisten dat er voldoende stroom geleverd zou worden om fabrieken, computers en airco’s ongestoord te kunnen laten functioneren. Er was speciaal voor deze gelegenheid een videoclip gemaakt. In die clip herhaalde een Iraakse rapper steeds de woorden: ‘Wij zijn Irak, maar wie bent u?’

Wie bent u? Het is een legitieme vraag, nu steeds duidelijker wordt hoe wijdverbreid de corruptie was tijdens de regering van Nouri al-Maliki (2006-2014), de voorganger van Abadi. Op internet staat het verslag van een parlementaire commissie die onderzocht hoe de stad Mosul in 2014 in handen viel van IS.

Demonstratie in Basra tegen corruptie - Al Jazeera English