The Independent | Kampala

Als het aan de Rwandezen ligt, wordt de grondwet gewijzigd zodat Paul Kagame, president sinds 2000, zijn machtspositie kan behouden. De Verenigde Staten hebben opgeroepen om de grondwet te respecteren. Maar Andrew M. Mwenda stelt dat pertinent tegen herverkiezing zijn, het einde van de politiek betekent.

Vorige week deden de Verenigde Staten een oproep aan Rwanda om geen grondwetswijziging door te voeren die herverkiezing van 
de president mogelijk zou maken. Amerika volgt een verkeerd moreel kompas, gelooft dat zijn politieke waarden superieur zijn en als leidraad moeten dienen voor ‘inferieure’ landen. Toch heeft het een van de meest corrupte en slechtst functionerende politieke systemen ter wereld. Maar laten we het hebben over Rwanda.

Bij alle redenen die pleiten tegen herverkiezing ontbreekt de stem van de bevolking van Rwanda, van degenen die het meest direct betrokken zijn bij de beslissing. In plaats daarvan wordt de meeste waarde gehecht aan de standpunten van de Amerikaanse regering, van de internationale democratische geestelijkheid, enzovoort. Kortom, de tegenstanders van de grondwetswijziging beweren dat Rwandezen zich de zeggenschap over hun land moeten overlaten aan theoretici, aan de wensen van Amerika en Europa 
en aan de achterban van Kagame in Afrika en elders. De geestelijkheid heeft trouwens altijd beweerd dat de stem van de burgers immer de basis van de democratie moet zijn. Ruim 
3,7 miljoen inwoners – meer dan 60 procent van de stemmers – tekenden een petitie waarin ze hun akkoord gaven voor een grondwetswijziging.

Kagame wordt door veel Rwandezen gezien als de leider die stabiliteit en economische vooruitgang bracht. Critici zeggen dat hij zowel de oppositie als de media monddood heeft gemaakt. Dat zou betekenen (in feite een vooroordeel) dat Rwandezen geen macht hebben. En dat is onzin. Deze beweging is zelfstandig en van onderen af aan begonnen, tot verbazing van het Rwandese Patriottisch Front (RPF). De steun onder het volk bleek zo enorm dat de RPF probeerde hen te demobiliseren. In dat hele proces is er niemand – geen militair, minister, parlementslid, plaatselijke overheidsambtenaar, of wie dan ook – die kan beweren dat hij Kagame heeft ontmoet en door hem is aangemoedigd de grondwetswijziging te steunen.

Ik kan dit vol vertrouwen zeggen omdat ik er zelf bij betrokken ben geweest. Toen deze beweging begon, stond Kagame er vijandig tegenover. Ik steunde hem bij het weerstaan van de druk om de grondwet te wijzigen en door tijd uit te trekken om met hem en andere sleutelfiguren in Rwanda te bespreken hoe een overgang bewerkstelligd kon worden. Maar de druk van onder af was enorm. Kagame besloot de publieke opinie op de proef te stellen en ging op tournee door het land. Hij werd overweldigd door de enorme mensenmassa’s die hem vroegen aan te blijven. Hij riep de RPF bijeen en bepleitte hartstochtelijk dat er veranderingen moesten komen. Hij houdt deze beleidslijn nog steeds aan zonder daar al te veel steun voor te krijgen.

Viering van de onafhankelijkheid van Rwanda in 1962