Foreign Policy | Washington D.C.

De Venezolaanse oppositieleider Leopoldo López werd op 11 september jl. veroordeeld tot dertien jaar cel voor zijn rol tijdens antiregeringsprotesten in 2014. In het Westen geldt hij als een verdediger van de vrijheid, maar in eigen land is zijn positie omstreden.

Na de demonstraties die Caracas in februari 2014 op zijn kop zetten, oordeelde de Amerikaanse pers vooral gunstig over Leopoldo López, de Venezolaanse oppositieleider die sinds 18 februari 2014 gevangenzit. Het blad Newsweek noemde hem ‘een revolutionair die alles mee heeft’ en refereerde daarbij aan ‘zijn fonkelende chocoladebruine ogen en zijn hoge jukbeenderen’. The New York Times publiceerde een foto van de leider terwijl hij met opgeheven vuist tegenover een uitzinnige menigte stond en bood hem een forum in de krant. Op zijn vierenveertigste is Leopoldo López overal ter wereld de personificatie van vrijheid en democratie geworden.

Maar in Venezuela is dit beeld complexer. Leopoldo López is gevangengenomen wegens brandstichting, ordeverstoring en samenzwering. Zijn gevangenneming volgde op de eerste grote betoging tegen de regering op 12 februari 2014, die drie mensen het leven kostte en tot wekenlange manifestaties, barricades en geweldsuitbarstingen leidde. De aanklachten tegen hem – volgens Amnesty International ‘ingegeven door politieke overwegingen’ – hebben hem ruim dertien jaar gevangenisstraf opgeleverd. Maar er blijft een felle discussie woeden tussen degenen die Leopoldo López als een verdediger van de vrijheid zien die het slachtoffer is geworden van verzonnen beschuldigingen, en degenen die in hem een gewelddadige fascist zien die zich tegen de regering van Nicolas Maduro keert.

Vergeleken bij het geweld van de betogingen – waarbij 43 doden vielen, zowel onder de betogers van beide kanten als bij de nationale politie – is het proces tegen Leopoldo López betrekkelijk rustig verlopen.

Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten