Roesski Reporter  | Moskou

Sinds de Russische interventie in Syrië, heeft het leger van president Assad weer moed gevat in de strijd tegen IS. Russische journalisten op reportage in de alevitische stad Latakia krijgen een warm welkom.

Het lijkt vreemd, maar in Latakia, de Syrische stad waar zich de Russische militaire basis bevindt, heerst een feestelijke sfeer. In deze stad, waar het in augustus 2011 tot heftige confrontaties kwam, is geen spoor van oorlog te bespeuren. Het straatleven heeft zijn normale gang hernomen: auto’s wachten geduldig in verkeersopstoppingen, vrouwen in strakke spijkerbroeken en T-shirts trekken beroepsmatig de aandacht van Russische journalisten. 
’s Avonds treffen de inwoners elkaar in de cafés, in het weekend worden feesten en bruiloften gevierd. Overdag kun je de Syriërs tegenkomen op het strand. De vrouwen lopen onbekommerd in badpak. Alles wijst erop dat deze mensen niet gediend zijn van islamisten.

De veiligheid van de Russische militaire basis wordt verzekerd door helikopters en het Korps Mariniers. 
’s Avonds klinken in de verte schoten, maar de strijd komt niet in de buurt van de basis. Binnenkort zal het nog rustiger worden, want het Syrische leger is aan een offensief begonnen.

Patriottische oorlog

De regio Latakia is net als een groot deel van de Syrische kust alevitisch. Ook de Syrische president Bashar al-Assad behoort tot deze moslimminderheid en 
is uit de regio afkomstig. Zijn regime 
in Damascus wordt aangevallen door radicale islamistische organisaties [de ‘rebellen’], waartoe behalve IS ook Jabhat al-Nusra (ook wel Al-Nusra Front genaamd en gelieerd met Al-Qaida) en andere, minder belangrijke groeperingen behoren. Allemaal hebben ze zich schuldig gemaakt aan wrede etnische of religieuze zuiveringen onder de christelijke Arabieren, de Koerden, de Jezidi’s, de Assyriërs en de sjiieten. Ook de alevieten voelen zich dus rechtstreeks bedreigd door de terroristen, die op nog geen veertig kilometer van Latakia en de luchthaven Bassel Al-Assad opereren. Zij beschouwen de Russische vliegtuigen niet alleen als een schild, maar ook als een factor die een ommekeer in de oorlog teweeg kan brengen. Wij Russische journalisten ervaren dat dagelijks: de mensen salueren voor ons, nodigen ons uit voor een drankje in het café en groeten ons hartelijk.

Momenteel hebben de rebellen het grootste deel van het land in handen. Alleen in Latakia, Tartus, Damascus en enkele andere steden is het vooroorlogse Syrië nog te zien, een gewoon oosters land, waar de industrie en de openbare diensten functioneren, internet en het mobiele netwerk werken, de cafés geopend zijn. Waar je op je laptop moeiteloos toegang krijgt tot YouTube, Twitter of Facebook. Alleen de sterke militaire aanwezigheid (Syrisch uiteraard) en de controleposten herinneren ons aan de bijzondere situatie in het land.

De Syrische burgeroorlog is allang een patriottische oorlog geworden. Dat is iets wat de westerse journalisten en experts ontgaat: de Syriërs die vóór Damascus zijn strijden niet voor het regime van Assad, ze strijden voor hun land dat wordt aangevallen door islamisten van over de hele wereld. Zelfs de groeperingen die deze oorlog feitelijk begonnen zijn, zoals het Vrije Syrische Leger (FSA), hebben een wapenstilstand met Damascus gesloten nadat ze zelf werden geconfronteerd met het radicalisme en de wreedheden van de jihadisten. Geen Syriër moet daar iets van hebben.