Newsweek  | New York  

Terwijl de kloof tussen arm en rijk in Amerika toeneemt, wordt ze in Ogden (Utah) juist kleiner. En dat terwijl de voormalige spoorwegstad in de jaren negentig volledig aan de grond zat. Hoe hebben ze ‘m dat geflikt?

Tom Christopulos stuurt een zwarte Nissan Armada door de rechthoekige stratenblokken van Ogden, Utah, een historische metropool zo’n vijftig kilometer ten noorden van Salt Lake City, aan de voet van de hoog oprijzende Wasatch Mountains. Huis voor huis inspecteert hij de verschillende buurten, terwijl hij ondertussen hardop de nummers opnoemt. Al rondrijdend bestudeert hij het gebied gretig, bijna dwangmatig, en elk detail dat hij ziet, slaat hij op in zijn geheugen – een ritueel dat hij nu al bijna tien jaar lang uitvoert. ‘Ik ken elk huizenblok in deze stad, elk huis,’ zegt hij. ‘Zie je die huizen daar aan 
Jefferson Avenue? Jaren geleden waren die opgesplitst in appartementen – goedkope huurkamers eigenlijk. Wij hebben ze opgekocht, gerenoveerd en er weer eengezinswoningen van gemaakt.’

Tien jaar geleden zag het er hier somber uit. Nu rijzen wolkenkrabbers op uit de afgebrokkelde infrastructuur