Le Monde  | Parijs

In een hoofdredactioneel commentaar roept Jérôme Fenoglio, directeur van 
Le Monde, zijn lezers op waardig te reageren, en vooral zichzelf te blijven.

Frankrijk is in oorlog. In oorlog tegen een totalitaire, blinde, verschrikkelijk moordzuchtige vorm van terrorisme. Dat wisten we al sinds januari, toen de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher in Parijs werden gepleegd. Ondanks het feit dat de Franse bevolking die elfde januari massaal haar stem verhief, en ondanks de solidariteit die toen door de leiders van alle democratieën op de wereld is betuigd, zijn de president van de Republiek, de minister-president en de leiding van de veiligheidsdiensten er onophoudelijk op blijven hameren: de dreiging is niet verdwenen. De vraag was niet óf er andere aanslagen in Frankrijk zouden worden gepleegd, maar wanneer.

Het werd dus de avond die Parijs en een van zijn voorsteden met bloed heeft bevlekt, vrijdag 13 november. En deze tragedie laat zien dat de terroristen die Frankrijk als doelwit hebben gekozen zich door niets laten weerhouden bij het zaaien van dood en verderf.

De balans van het bloedbad dat ze hebben aangericht – meer dan 128 doden, tot nu toe – is gruwelijk en ongeëvenaard in ons land. Ze hebben gedaan wat de politieleiding het allermeeste vreesde: diverse gelijktijdige aanslagen in de hoofdstad en zijn voorsteden gepleegd; in de directe omgeving van het Stade de France, waar tachtigduizend mensen de voetbalwedstrijd Frankrijk-Duitsland bijwoonden, in aanwezigheid van François Hollande; voor vier cafés of restaurants in het tiende en elfde arrondissement; en ten slotte zelfs in de zaal van Le Bataclan, waar meer dan duizend mensen een concert bijwoonden en in gijzeling werden gehouden totdat de ordetroepen ingrepen.

De bevrijding van de gegijzelden in een winkel van de koosjere supermarktketen Hyper Cacher, januari 2015.