Libération | Parijs

In een café vlak bij het Stade de France in Saint-Denis zijn de stamgasten woedend op de terroristen. ‘Men zal zich tegen de moslims keren.’

Sommigen lezen de krant aan de bar, zwijgend. Anderen, op het trottoir, vertellen, praten met elkaar, discussiëren. Op deze zaterdagochtend is café La Royale, op een steenworp van het Stade de France in Saint-Denis, in rumoerige rouw gedompeld. Hier heeft bijna iedereen vrijdagavond de ontploffingen gehoord die door de drie zelfmoordenaars werden veroorzaakt. Al heel gauw verspreidde de angst zich door de wijk: ‘Mijn neef en mijn schoonzus waren in het stadion, maar we konden ze niet bereiken. Mijn moeder moest bijna overgeven,’ vertelt Hassen (45). Otman was aan het werk in een van de pizzeria’s voor het sportcomplex: ‘Het eerste wat ik heb gedaan was mijn familie bellen om te zeggen dat ze moesten maken dat ze weg‑kwamen of naar huis moesten gaan. Het is afgelopen, we zijn niet veilig meer.’ ‘Wat er is gebeurd heeft ons tot in het diepst van onze ziel geraakt,’ voegt Aziz, een vijftiger van Tunesische afkomst, eraan toe.

Tarek (33) heeft twee verschillende avonden meegemaakt. De ene was ‘goed, want we hebben Duitsland verslagen met voetbal’. De andere was ‘walgelijk’. Hij fluistert dat het ‘erger’ was dan de aanslagen van januari 2015. Allereerst vanwege het aantal doden: ‘Dat is onvoorstelbaar.’ Hij voegt eraan toe: ‘En ten tweede kenden we geen zelfmoord
aanslagen in Frankrijk. We waren er niet op voorbereid.’ Hij heeft die nacht geen oog dichtgedaan. ‘Hoe kun je na zoiets slapen? Ze hebben ons aangevallen in onze eigen wijk. Zoiets als vrijdag
avond heb ik nog nooit gezien. Er was enorm veel politie op de been, maar als je naar hun gezichten keek, zag je dat ze allemaal geschokt waren,’ zegt Tarek, die ‘in het verzet’ is gegaan. ‘Frankrijk is in oorlog, het kan rekenen op zijn voorsteden.’

Alles op één hoop

Hassen, die persabonnementen verkoopt, benadrukt: ‘We stonden achter Charlie Hebdo en de vrijheid van meningsuiting. Maar nu hebben ze heel Frankrijk getroffen, om het even wie.’ Je merkt dat de mensen radeloos zijn. ‘Hoe kun je jezelf opblazen vanwege ideeën, in naam van een godsdienst?’ vraagt Hassen. ‘De wereld is tot stilstand gekomen. Het is volkomen geschift.’ Janel, van oorsprong Algerijns, verzucht: ‘De islam verbiedt bloedvergieten en zelfmoord. Hoe kun je zover komen?’ Zijn familie heeft in de jaren negentig het terrorisme van de FIS, een islamitisch-fundamentalistische Algerijnse groepering, meegemaakt: ‘De avondklok, de noodtoestand. Juist daarom zijn we naar Frankrijk gevlucht.’

Tarek begrijpt het niet: ‘Ik ben een Franse moslim. Hier kan ik bidden, ramadan vieren. Als je er extreme ideeën op nahoudt, moet je hier niet willen blijven.’ De identiteit van de plegers van de aanslagen, waarvoor de verantwoordelijkheid is opgeëist door IS, baart hun zorgen: ‘Dit zal zich ongetwijfeld tegen de moslims, tegen de mensen uit de voorsteden keren,’ vreest Hassen. 
De term ‘alles op één hoop gooien’ keert telkens terug, vooral met het oog op de naderende verkiezingen. ‘Er zal vooral met een schuin oog naar één deel van de Franse bevolking worden gekeken, en dat is eerlijk gezegd wel te begrijpen,’ laat Tarek zich ontvallen. Om er even later op terug te komen: ‘We moeten de eenheid bewaren. We moeten ons geen angst laten aanjagen door de terroristen. Je kunt je niet gewonnen geven in je eigen wijk. Het zal tijd kosten om erbovenop te komen, maar we moeten ze laten zien dat ze ons met hun aanslagen alleen maar sterker maken.’ Hij hoopt ook dat de media niet in een ‘stigmatiseringsspiraal’ zullen vervallen en dat François Hollande ‘het volk kracht zal weten te geven om zich te verenigen’.