Neue Zürcher Zeitung | Zürich

In de Franse media wordt druk gespeculeerd over de vraag waarom bij de aanslagen van vrijdag-de-dertiende de ‘rocktempel’ Le Bataclan aan de boulevard Voltaire een van de doelwitten was. Een bevredigend antwoord wordt niet gegeven.

De zaal werd een jaar of tien geleden een enkele maal afgehuurd door joodse organisaties in Parijs voor het geven van benefietvoorstellingen ten bate van de goede doelen van de Magav, de Israëlische grenspolitie. Le Bataclan heeft wel eens een joodse eigenaar gehad. De Eagles of Death Metal, de Amerikaanse band die er vrijdagavond optrad, heeft niet lang geleden ook in Israël een concert gegeven. Maar het blijft gissen. Het meest voor de hand liggend: er waren veel mensen bijeen in een kleine ruimte en het was een relatief gemakkelijk doelwit zonder al te veel bewaking.

Le Bataclan – oorspronkelijk Ba-Ta-Clan, naar een destijds populaire operette van Jacques Offenbach uit 1855 – heeft een lang en wisselvallig verleden. De zaal werd in 1865 gebouwd als café-concert naar een ontwerp van een architect, Charles Duval, die ook al niet een onuitwisbaar stempel op Parijs heeft gedrukt. Het was de tijd van de ‘chinoiseries’: het dak kreeg de vorm van een pagode. Beneden was het café met biljartzalen, boven de danszaal. Tijdens de belegering van Parijs door de Duitsers in 1870 en de daaropvolgende opstand van de Commune deed het café dienst als veldhospitaal.

Er traden in later tijden veel revuemeisjes op en beroemdheden als Aristide Bruant, Maurice Chevalier (die er zijn debuut maakte), en ook Buffalo Bill kwam 
er met zijn Wild West-show.