360 | Amsterdam

We zijn jarig, vier werden we deze maand en nu mogen we naar groep 1. Niks spannender dan meedoen met de groten, dan meetellen. Niet meer van die kinderachtige haakjes om onze jas aan op te hangen. Eindelijk een stoel op behoorlijke hoogte.

Van een eersteling die zich dolgelukkig en kritiekloos aan de wereld toonde, zijn we inmiddels niet sadder, juist wiser. Elke twee weken selecteren we het beste uit de internationale pers, nog altijd met een onverwoestbaar geloof dat dit blad bestaansrecht heeft. Niet zo zeer omdat wij het maken, en ook niet omdat we onze neus ophalen voor de berichtgeving in de gerespecteerde buitenlandkaternen van onze collega’s, maar omdat, laten we wel wezen: de noodzaak om ons te informeren over wat er buiten de grenzen gebeurt de afgelopen vier jaar niet minder is geworden. In editie één namen we ons voor de lacune te dichten, als de Nederlandse kranten en tijdschriften zich vooral richten op landen waar verkiezingen, conflicten of rampen de voorpagina’s bepalen. Daar is onze aandacht nooit opgehouden.

In de jaren die nu achter ons liggen leerden we van alles en vooral ook hoezeer elke abonnee er één is. Het liefst zouden we iedere individuele lezer op zijn wenken bedienen (een wens die in onze digitale toekomstplannen staat). We schaafden wat, stelden het een en ander bij en manoeuvreerden zo veel mogelijk in de kleine speelruimte die ons gegund werd. Waar we ons vreemd genoeg het drukst om maken, is het gewicht van een bepaalde editie. Niet omdat we bezorgd zijn over de portokosten. Maar omdat de werkelijkheid als je niet oppast ondraaglijk is.

De editie die voor u ligt, is topzwaar. We hebben het barstens‑
vol met cadeautjes gestopt. Een klimaatdossier dat 
het grote gedachte-experiment niet schuwt en een laatste katern dat u voorbereidt op de toekomst waarin we onze eigen kleren gaan kweken. Maar onderschat de kleintjes niet; op Europa het vlijmscherpe voorwoord van New Yorker-auteur Adam Gopnik bij het postuum uitgegeven essay van Charb, de vermoorde hoofdredacteur van Charlie Hebdo, en een baanbrekend artikel van de Franse islamspecialist Olivier Roy die schrijft dat het radicalisme vanuit een specifieke groep komt: migrantenkinderen van de tweede generatie en bekeerlingen. Ook een punt heeft Rilke, die wordt aangehaald in het flamboyant mooie artikel van Roland Kelts over de vijfde smaak, of hoe umami hem identiteit gaf als Japanner in Amerika: ‘Wees altijd een beginner’, schreef Rilke. Je begint opnieuw omdat je geen keus hebt. Dat doen we graag, elke twee weken weer.

Katrien Gottlieb
gottlieb@360international.nl