Le Monde  | Parijs

De Franse islamspecialist Olivier Roy schreef een baanbrekend stuk over jihadisten. Volgens hem betreft het een specifieke groep: migrantenkinderen van de tweede generatie en bekeerlingen. ‘Het gaat niet om de radicalisering van de islam, maar om de islamisering van het radicalisme.’

Frankrijk is in oorlog! Misschien wel. Maar tegen wie of wat? IS stuurt heus geen Syrische aanslagplegers naar Frankrijk om te voorkomen dat de Franse regering hen bombardeert. IS put uit een reservoir van geradicaliseerde jonge Fransen die zich, wat er ook in het Midden-Oosten gebeurt, al van onze maatschappij hebben afgekeerd en op zoek zijn naar een doel, een etiket, een groots verhaal waar ze de bloederige handtekening van hun persoonlijke opstand onder kunnen zetten. Het uitroeien van IS zal niets aan deze opstand veranderen.

Dat deze jongeren zich aansluiten bij 
IS heeft louter opportunistische redenen: gisteren zaten ze nog bij Al-Qaida, eergisteren (1995) waren ze onderaannemers van de GIA (Gewapende Islamistische Groep) in Algerije of leidden ze, van Bosnië tot Afghanistan via Tsjetsjenië, een nomadenbestaantje als individuele jihadist. En morgen zullen ze weer onder een andere vlag vechten, als hun gelederen niet te zeer uitgedund raken doordat ze omkomen in de strijd, te oud worden of gedesillusioneerd raken, zoals in de jaren zeventig het geval was bij extreem-links.

Er bestaat geen derde, vierde of ik-weet-niet-hoeveelste generatie jihadisten. Sinds 1996 worden we geconfronteerd met een uiterst stabiel fenomeen: de radicalisering van twee categorieën jonge Fransen, namelijk de ‘tweede generatie’ moslims en de ‘inheemse’ bekeerlingen.

Avant-garde of kneuzen?

Het wezenlijke probleem voor Frankrijk is dus niet het ‘kalifaat’ in de Syrische woestijn, dat vroeg of laat zal verdampen als een oude fata morgana die een nachtmerrie is geworden, het wezenlijke probleem is de opstand van deze jongeren. En de werkelijke vraag is waar deze jongeren voor staan: zijn ze de avant-garde van een toekomstige oorlog, of juist de kneuzen van een oprisping van de Geschiedenis?

Twee verklaringen domineren momenteel grosso modo de televisiedebatten en de opiniepagina’s van de kranten: de ‘culturalistische’ en de ‘derdewereldverklaring’. De eerste beroept zich op de steeds terugkerende en bittere oorlog tussen de beschavingen: de opstand van de jonge moslims bewijst hoe slecht de islam in staat is te integreren zolang de oproep tot een jihad niet uit de Koran wordt geschrapt. De tweede beroept zich op het postkoloniale leed dat is aangedaan, op het feit dat de jongeren zich identificeren met de Palestijnse zaak, dat ze de westerse interventies in het Midden-Oosten verwerpen en zich buitengesloten voelen in een racistische en islamofobe Franse maatschappij. Kortom, het oude liedje: zolang het Israëlisch-Palestijnse conflict niet is opgelost, worden wij met de opstand geconfronteerd.

Maar deze twee verklaringen kampen met hetzelfde probleem: als de oorzaken voor radicalisering structureel zijn, waarom beperkt deze zich dan tot zo’n minieme fractie van de Franse moslimbevolking? Enkele duizenden op een totaal van miljoenen.