360  | Amsterdam

Stephane Charbonnier – beter bekend als hoofredacteur Charb van Charlie Hebdo – schreef twee dagen voor zijn dood een essay dat hier postuum wordt uitgegeven door Lebowski Publishers. Charb houdt daarin het ‘paternalisme van de linkse, blanke intellectueel’ verantwoordelijk voor het klimaat waarin Charlie Hebdo tot doelwit kon worden gebombardeerd.
Hieronder het ijzersterke voorwoord van New Yorker-auteur Adam Gopnik.

Ik las Charlie Hebdo voor het eerst tijdens vroegere korte verblijven in Frankrijk, in de jaren zeventig. Ik ben waarschijnlijk een beetje een lafaard als het op grappenmakerij aankomt – ik heb het waarschijnlijk liever zachtaardiger dan ik zou moeten –, maar ik ben wel een instinctieve pluralist: ik heb graag dat er in de wereld, en in de krantenkiosk, dingen zijn die ik niet leuk vind. Charlie Hebdo was mijn smaak niet, maar bij latere, veel langere verblijven in Frankrijk was ik altijd blij om te zien dat het nog bestond. Het getuigde van een oudere, rauwere Franse traditie die ik kon waarderen, ook al gaf ik er niet veel om. Ongepolijst, obsceen, onverbloemd, heiligschennend – met cartoons die de charme misten van de bande dessinée. Maar Frankrijk is een rigide land dat de ontspanning nodig heeft van de werkelijk vrijgevochten geesten – Rabelais kon alleen maar Frans zijn, juist omdat het verfijnde niet zonder het rauwe kan.

Later begon ik aan een masterstudie, en werd de geschiedenis van de karikatuur en van het cartoon tekenen mijn academische specialiteit. Daardoor begon ik meer begrip te krijgen voor 
de oude wortels en de goddeloze adel van het tijdschrift. De Charlie-_tekenaars werkten, besefte ik, in een typisch Franse traditie van ongetemdheid die was ontstaan in een lange negentiende-eeuwse guerrillaoorlog tussen de republikeinen, de Kerk en de monarchie, en die overal elders al lang geleden vrijwel volledig was verdwenen. Satirische tijdschriften en cartoonisten ‘van naam’ kunnen weliswaar nog bestaan in Londen en andere Europese hoofdsteden, met name in Brussel, maar die zijn over het algemeen artistieker en inhoudelijk meer gericht op de media. _Charlie Hebdo was een satirische krant van een soort dat bijna uitsluitend in Frankrijk voorkwam. 
In die jaren liep ik vlooienmarkten af en vond en kocht er oude exemplaren van de voornaamste karikatuurtijdschriften uit eind negentiende en begin twintigste eeuw – Le Rire en 
La Petite Assiette –, en ik besefte dat Charlie Hebdo de laatste bloem, of snik, van deze grote traditie was.

Frankrijk is een rigide land dat de ontspanning nodig heeft van de werkelijk vrijgevochten geesten